Twee doktersromans in één band, en daarna wil je meer Kortooms: in Terug naar Beekman en Beekman pakt hij de tweeling en hun vriend Hendrik van Ham nog één keer op. Even volks, met dwaze voorvallen in plaats van spreekuren.
De dokter uit de Peel en de bejaarde Hendrik Groen hebben iets gemeen: ze zeggen precies wat ze denken. Met zijn vriend Evert Duiker beleeft Hendrik wekelijks schaak, borrels en kleine avonturen, verteld met de droge toon die Kortooms-lezers kennen.
Kortooms laat zijn dokter rondgaan langs boerderijen en een woonwagenkamp; Nico Dijkshoorn laat de band Tire Pressure rondtoeren langs buurthuizen en braderieën. Allebei een komisch portret van een Nederland dat net buiten de schijnwerpers leeft.
Waar de plattelandsdokter na een val in het kanaal bij woonwagenbewoners opdroogt, belandt de verlegen Daantje Pieterse als dienstplichtige in de grote stad. Johan Fabricius heeft dezelfde ouderwetse, hartelijke humor.
Een eigenwijze verteller die alles beter weet: Wim de Bie geeft sigarenboer Goos Verhoef een boekenhoekje en laat hem praten over liefde en middenstand. Wie de grove dorpsdokter een held vond, gaat ook van Goos houden.
Bij Kortooms valt de dokter in het kanaal, bij Wim de Bie jaagt de kou meneer Foppe zijn huis uit. In beide boeken begint de humor als iemand uit zijn vertrouwde ritme wordt gegooid.
Wie na de twee doktersromans in Dokter in de Peel nog meer komische episodes wil, kan naar Engeland uitwijken. Wodehouse laat een onhandige heer en zijn slimme knecht van het ene misverstand in het andere rollen, deftiger dan Kortooms maar net zo licht.
Na twee doktersromans vol dorpelingen is het dagboek van poes Poef een mooie kleine stap opzij. Remco Campert kijkt via de kat naar Rok en Bril, en zijn humor is net zo menselijk als die van Kortooms.
Kortooms lacht om zijn dorpelingen zonder ze uit te lachen, en dat doet Marjan Berk ook met haar zestigers die via een advertentie op zoek gaan naar liefde. Vlotte, komische scènes over gewone Nederlanders, iets stedelijker dan de Peel.
In Laat de dokter maar schuiven ziet de dokter hoe arm het leven in het woonwagenkamp is; bij Sue Townsend moet de Britse koninklijke familie na een machtswissel opeens gewoon leven. Satirischer, maar met hetzelfde mededogen achter de grappen.
De dokter van Kortooms zegt wat hij denkt, en Sylvia Witteman doet dat ook, alleen dan over haar eigen jonge gezin. Elke column is een klein tafereel, net als de hoofdstukken uit de doktersromans, en makkelijk te lezen in een pauze.
Een pas gescheiden schrijver met alimentatiezorgen en een ongeduldige uitgever: Kluun neemt zichzelf net zo op de hak als Kortooms zijn plattelandsdokter. Grover en stedelijker, met dezelfde zelfspot.