Na DJ kun je bij Kluun terug naar Amsterdam eind jaren negentig, waar twee reclamemannen zich verslikken in een groot plan. Dezelfde mannelijke overmoed en hetzelfde tempo, met meer kantoor en minder Las Vegas.
Kluun duikt in de wereld van een superster-dj, en Heleen van Royen kijkt door de ogen van een artiestenmanager naar de muziekwereld. Net zo snel en vol glamour, maar vanuit een vrouw die alles opzij zet voor haar artiesten.
Kluun belandt via een tv-programma in een wereld vol geld en ego's, en Herman Brusselmans maakt van zo'n televisiewereld een satire rond een rijke, domme producent. Vlaamser en absurder, met dezelfde spot op de amusementsindustrie.
Waar Thor de wereldtop haalde, bleef de band in Nico Dijkshoorns roman steken in buurthuizen. Het tegenovergestelde van DJ dus, maar met dezelfde humor over jeugdvrienden en muziek, en een stuk meer weemoed.
Een schrijver die met een opdracht op pad gaat en onderweg zijn grip verliest: dat is DJ, en dat is ook J. Kessels van P.F. Thomése. Rauwer en grover, met Hamburg in plaats van Las Vegas, maar even onstuimig.
Kluun grijpt een kans die eigenlijk te groot voor hem is, en de Vinex-vader van Erik Jan Harmens denkt dat hij in zijn eentje de Spelen kan binnenhalen. Een satire op dezelfde overmoed, kleinschaliger en Hollandser dan Las Vegas.
Kluun schrijft over zichzelf met vaart en zelfspot, en dat doet Ronald Giphart in zijn debuut ook, alleen jaren jonger. Studentenhuis en Boekenbal in plaats van privéjets, maar dezelfde snelle grappen over een man die te veel wil.
Op de privéjets en penthouses van DJ volgt in Gala van Ronald Giphart een wereld van acteurs, agenten en geheime verhoudingen. Net zo snel verteld, met de showbizz van heel dichtbij.
Een hele stad in rep en roer om één beroemde bezoeker: Dimitri Verhulst doet in deze satire wat Kluun doet met de dj-hype. Vlaams en absurd, met dezelfde scherpe blik op massahysterie.
DJ draait om de verleiding van groot geld, en ook in De weekendmiljonair van Abdelkader Benali zet een aanbod een gezin in Rotterdam op zijn kop. Speelser en nostalgischer, met de sfeer van de jaren tachtig.
Kluun is een man van middelbare leeftijd die nog één keer groots wil leven, en de jonge Raoul de Jong wil dat net na school. Beide boeken lachen om de kloof tussen grote plannen en de werkelijkheid.
Kluun voelt zich tussen de miljonairs van Las Vegas een buitenstaander, en de kroonprins van Rodaan Al Galidi is dat tussen gewone Hagenaars. Een zachte satire op Nederland, rustiger dan DJ maar net zo grappig.