Wie de tweeling Hein en Mathieu weer wilde tegenkomen, wil ook de dokter uit de Peel leren kennen. Deze bundel bevat twee humoristische Kortooms-romans over een plattelandsarts en de eigenzinnige dorpelingen op zijn spreekuur.
De vaart waarmee Kortooms zijn tweeling door dwaze voorvallen jaagt, vind je terug in het debuut van Ronald Giphart. Brutaler en van een latere generatie, maar ook hier draait het om een jonge man, zijn vrienden en het ene gekke voorval na het andere.
Een vriendengroep die door dik en dun gaat, zoals Hein, Mathieu en Hendrik: bij Kluun zijn het mannen in het Amsterdam van 1998, als de beurs bloeit en het geld rolt. Een stuk ruiger dan de Beekmannen, met dezelfde lol in elkaars streken.
Rodaan Al Galidi stuurt een kroonprins die genoeg heeft van paleisregels de Haagse straten op. Die mix van gewone mensen en een vleugje onmogelijkheid sluit aan bij de volkse humor waarmee Kortooms zijn tweeling terughaalt.
Terug naar Beekman en Beekman leeft van de stem van een verteller die nooit om een anekdote verlegen zit. P.G. Wodehouse geeft die rol aan een stamgast in een Engelse kroeg, die zijn familieverhalen steeds iets mooier maakt dan ze waren.
Sylvia Witteman schreef tien jaar columns voor Libelle, en deze selectie toont hoe grappig een gewoon huishouden kan zijn. Wie bij Kortooms vooral de liefde voor alledaagse dwaasheid waardeert, zit hier goed.
Twee oude vrienden die zich nog altijd in de nesten werken: Hendrik Groen en Evert Duiker zouden zo kunnen aanschuiven bij Hein, Mathieu en Hendrik. Wekelijks schaak en een borrel, en daartussen genoeg kattenkwaad voor een heel boek.
In deze elf verhalen redt de schrandere Jeeves zijn onhandige baas Bertie Wooster steeds uit de problemen. Net als bij Kortooms draait de humor om een vast duo met tegengestelde karakters, waardoor je bij elke nieuwe streek al grijnst.
Raoul de Jong schrijft over het jaar na zijn eindexamen, vol plannen die groter zijn dan hijzelf. Een eigentijdse, warrige kwajongensroman voor wie de Beekmannen in een moderne gedaante wil zien.
Wie bij de Beekmannen houdt van de humor van vroeger, moet ook Fabricius eens lezen. Zijn schuchtere soldaat is een tegenpool van de brutale tweeling, maar het boek heeft dezelfde gemoedelijke vertelstem en hetzelfde Nederland van toen.
Poes Poef noteert wat Rok en Bril, de schrijver en zijn vrouw, de hele dag uitspoken. Remco Campert is net als Kortooms een verteller die met een paar zinnen een huishouden tot leven brengt.
Herman Brusselmans laat de rijke maar domme televisieproducent Guggenheimer dromen van een Vlaamse Bonanza. Wie bij Kortooms lacht om dwaze voorvallen, vindt hier de absurde, Vlaamse overtreffende trap.