Na Foppe maakte De Bie ook van sigarenwinkelier Goos Verhoef een romanfiguur. Weer een dikke vrijgezel met een eigen wereldje, die boeken bespreekt en intussen over zijn liefdesleven praat; je lacht om hem en houdt toch van hem.
Meneer Foppe wordt door de kou uit zijn flatje gedreven, Hendrik en Evert halen zichzelf uit hun wekelijkse ritueel van schaak en borrel. Twee oudere mannen in de problemen, verteld met dezelfde warme spot.
Emma vindt na de dood van haar man een volkstuin terug en moet zich tussen vreemden staande houden. Hendrik Groen schrijft over iemand die uit haar veilige wereldje moet, net als meneer Foppe, maar knusser en hoopvoller.
Foppe vlucht voor de kou en loopt tegen wonderdokters aan; de mannen van Tire Pressure trekken langs braderieen en buurthuizen in de hoop op een doorbraak. Dijkshoorn schrijft over die vergeefse moeite met evenveel tederheid als De Bie.
De wonderdokters met hun bijzondere straling hadden zo in een boek van Kortooms kunnen voorkomen. Zijn oom Theodoor is een grootspraak van formaat, en de humor is net zo volks en goedmoedig als in dit eerste lange Foppe-verhaal.
Meneer Foppe moet zijn flat uit, Daantje Pieterse moet uit zijn provinciale kruidenierswinkel naar de kazerne in de stad. Twee verlegen mannen in een wereld die te groot is, met de ouderwetse charme van een Nederlandse klassieker.
Poes Poef houdt een dagboek bij over haar leven bij een schrijver en zijn vrouw, en kijkt even verbaasd naar mensen als meneer Foppe. Campert schrijft licht en knus, een klein boek voor wie van droge Hollandse humor houdt.
Dorrestijn kijkt als oude man terug op zijn jeugd en op vrienden die er niet meer zijn. Hij moppert net zo graag als meneer Foppe over een wereld die hem ontgaat, maar met meer galgenhumor en wat meer ernst.
Meneer Foppe verlaat zijn appartement, de kroonprins ontsnapt aan het paleis. Al Galidi stuurt hem de straten van Den Haag in, en net als bij De Bie zit de grap in iemand die de gewone wereld niet kent.
Het Oudste Lid vertelt vanaf het terras van de golfclub over spelers die zich volledig vergissen in wat belangrijk is. Wodehouse heeft dezelfde lichte toon als De Bie, en net zoveel plezier in mannen die in hun eigen gewoontes vastzitten.
Zelfhulppraat en wonderdokters zitten meneer Foppe dwars; bij Verbogt zijn het winkels en loketten. Korte verhalen over gewone mensen die zich door een vijandige werkelijkheid heen moeten slaan, lichtvoetig en droog.
Over de rooie gaat over een man die zijn veilige plek moet verlaten, en dat geldt ook voor de pas geslaagde Raoul die van zijn tussenjaar iets groots wil maken. De Jong lacht om zijn eigen ambitie zoals De Bie om de onhandigheid van Foppe.