Wat Townsend met de Britse koningin doet, doet Rodaan Al Galidi met onze kroonprins: hij laat hem tussen gewone mensen belanden, hier door zelf uit het paleis te glippen. Dezelfde warme spot op het koningshuis, met een Haagse in plaats van een Engelse straat.
Na de koningin in Hell Close stuurt Townsend in Nummer 10 een premier vermomd het land in. Dezelfde schrijfster, dezelfde vraag: hoe ziet het leven van gewone Britten eruit voor wie bovenaan staat?
De koningin en ik begint met een republiek die het koningshuis wegstuurt; Ian McEwan kiest een nog wildere start voor zijn politieke spot. Een dunne, venijnige novelle over Downing Street, voor wie na Townsend meer Britse satire wil.
De koninklijke familie in De koningin en ik moet leren leven zonder personeel; bij Wodehouse is de Engelse bovenlaag juist volkomen afhankelijk van bediende Jeeves. Een lichte klucht rond een begeerd erfstuk, met dezelfde milde spot op standsverschil.
Jonas Jonasson zet drie mensen aan de rand van de samenleving samen in een twijfelachtig zaakje, net zo'n onwaarschijnlijk gezelschap als de koninklijke familie tussen de buren in Hell Close. Absurd, snel en hartelijk, net als Townsend.
Hendrik Groen en Evert Duiker zijn twee oude heren die zich in de nesten werken, en net als de oude koningin in Hell Close laten ze zich door niemand vertellen hoe ze moeten leven. Licht, hartelijk en met een scherpe blik op ouder worden.
Toon Kortooms schreef over een oom met een grote eetlust en nog grotere verhalen, een figuur zo hartelijk als de buren die de koningin in Hell Close opvangen. Ouderwetse Nederlandse humor, knus en gul.
Sommige leden van de koninklijke familie in Hell Close weigeren te wennen aan een gewoon bestaan. Diezelfde hoogmoed tegenover de werkende wereld drijft de held van John Kennedy Toole, in een Amerikaanse klucht die nog uitbundiger is dan Townsend.
Tom Sharpe schrijft dezelfde Engelse satire als Townsend, maar grover en sneller: een jonge man die rijk wil worden, zakt steeds verder weg in de schulden. Wie de koningin zag rekenen met een uitkering, lacht ook om deze geldzorgen.
De koningin ziet in Hell Close voor het eerst hoe haar onderdanen leven, en Matt Haig geeft zijn verteller precies die blik van een buitenstaander op Engeland. Grappig en warm, met een serieuzere ondertoon over wat mensen menselijk maakt.
Nico Dijkshoorn volgt een bandje dat in buurthuizen en op braderieën speelt, het soort gewone vertier dat de koningin in Hell Close ontdekt. Weemoedig en grappig over mensen die het zonder glamour moeten doen.
P.F. Thomése stuurt zijn vaste personage J. Kessels naar Hamburg voor een klus, en de botsing tussen nette en ruige werelden doet denken aan de royals tussen hun nieuwe buren. Ruwer en platter dan Townsend, maar even vrolijk.