Daantje heeft Toontje om hem uit de nesten te halen, Bertie Wooster heeft Jeeves. Hier dreigt de onmisbare butler op te stappen omdat Bertie de banjolele heeft ontdekt, en dat levert een heerlijke reeks verwikkelingen op. Net zo licht en ouderwets grappig.
Een sullige jongeman die zich door zijn omgeving laat meeslepen en een slimme helper die alles oplost: de formule van Fabricius en die van Wodehouse liggen dicht bij elkaar. Hier gaat het om een zilveren roomkannetje in de vorm van een koe en een ruziënde tante.
Daantje is een jongen uit de provincie, en de provincie is ook waar Kortooms zich thuis voelt. Zijn oom is een reus met een eindeloze honger en nog grotere plannen, verteld met dezelfde gemoedelijke spot die Het meisje met de blauwe hoed zo prettig maakt.
De tweeling Heintje en Matje Beekman en hun vriend Hendrik van Ham halen samen kattenkwaad uit, zoals Daantje en zijn slapie Toontje in dienst. Drie verhalen in één band, knus en vol humor van Toon Kortooms.
Jim Dixon struikelt als jonge docent van de ene gênante situatie in de volgende, net als Daantje bij Betsy. Kingsley Amis schreef een Engelse komische klassieker over een man die het allemaal net niet goed doet, scherper en spottender dan Fabricius.
Een opgeblazen minister die zijn eigen leven beschrijft als een heldendicht: Godfried Bomans pakt het net zo onschuldig satirisch aan als Fabricius de militaire dienst. Ouderwetse Nederlandse humor op zijn best.
De negenjarige Erik kan de avond voor een proefwerk niet slapen en belandt in een schilderij vol insecten met hun eigen eigenaardigheden. Bomans schreef dit net zo tijdloos en luchtig als Het meisje met de blauwe hoed.
Daantje snapt zelden hoe hij overkomt, en Adrian Mole uit Leicester ook niet. Zijn plechtige dagboek over liefdesverdriet en puistjes is net zo grappig als de verliefde kruidenierszoon in dienst.
Betsy windt Daantje om haar vinger, en Phileine doet dat met elke man die ze tegenkomt. Ronald Giphart laat haar praten met scherpe tong en lak aan iedereen, moderner en brutaler dan Fabricius, maar net zo komisch.
Een vriendschap tussen twee mannen die elkaar door dik en dun steunen, zoals Daantje en Toontje: Hendrik Groen en Evert Duiker zijn ruim zeventig en halen samen gekke dingen uit. Grappig en hartelijk.
Van de kazerne naar het studentenhuis: Giph vertelt met vaart en spot over zijn studentenleven, skivakanties en vriendinnen. Ronald Giphart geeft een moderne versie van de jongen die de grote stad ontdekt.