Een jongere die in Amsterdam ploetert om los te komen van ouders die te veel en te weinig geven: Grunberg schreef het net zo geestig en pijnlijk als Mizee haar Ida. Rauwer en met meer ontsporing.
Ida moet zich losmaken van een moeder die thuis de toon zet; Maarten 't Hart laat zijn hoofdpersoon worstelen met een streng gereformeerde opvoeding. Ernstiger, maar ook hier draait het om een volwassene die zijn ouders nog altijd met zich meedraagt.
Arjen Lubach schrijft net als Mizee luchtig over iets zwaars: een jonge man die als wees zoekt naar wie zijn moeder was. Waar Ida haar moeder juist ontvlucht, zoekt Benjamin de zijne, met dezelfde humor.
Een volwassen kind tegenover een lastige ouder: Nico Dijkshoorn zit naast zijn vader, Ida staat tegenover haar moeder. Dijkshoorn is weemoediger en waargebeurd, maar de geestige pijn is verwant.
Kees Bakels droomt zich weg uit zijn Jordaanse gezin, Ida probeert in Haarlem te ontsnappen aan haar moeder: Theo Thijssen kijkt net zo scherp en liefdevol naar familieverhoudingen. Ouderwetser en jonger, maar herkenbaar.
Hanna Bervoets laat een ontspoorde vrouw zich vastklampen aan iets buiten zichzelf, zoals Ida haar overspannenheid te lijf gaat door eindelijk terug te praten. Grappig en schrijnend tegelijk, met een vergelijkbare eerlijke stem.
Eus lijkt het in Afslag 23 eindelijk te maken, maar zijn achtergrond laat hem niet los, net zoals Ida haar moeder niet ontloopt. Özcan Akyol is rauwer en schrijft met meer straat, Mizee Haarlems en ironisch.
Maarten 't Hart maakt van een absurd klusje een geestige roman over geloof en familie, met dezelfde droge humor als Mizee. Lichter dan zijn bekendste werk en net zo Hollands als de familie van Ida.
Kees van Kooten schrijft in deze verhalen over misverstanden binnen families en tussen generaties, met de lichte ironie die ook Mizee hanteert. Korte stukken, voor wie na de familie van Ida nog wil glimlachen.
Frits van Egters woont bij zijn ouders en kan ze nauwelijks verdragen, zoals Ida haar moeder: Reve maakte van dat gevoel de klassieker over familie en verveling. Somberder, maar met dezelfde gemene grappen aan tafel.
Dimitri Verhulst laat overledenen in een kliniek ontwennen van het bestaan: een absurd idee, net zo droogkomisch uitgewerkt als de familieruzie bij Mizee. Voor wie houdt van humor die schuurt.