Vier vroege romans van Herman Koch in één band, met dezelfde combinatie van ironie en een licht afstandelijke blik op het leven. Een logische volgende stap voor wie Grunbergs zelfspot waardeert.
Een Turks-Nederlandse puber die nergens thuishoort vertelt zijn verhaal met grof gevoel voor humor. Akyol schrijft even ongegeneerd als Grunberg over opgroeien aan de rand.
Arjen Lubach vertelt over een jongeman met liefdesverdriet die ontdekt dat iemand met zijn creditcard in een Zweeds pretpark rondloopt. Lichter dan Grunberg, maar even gericht op de komiek van een gebroken hart.
Bervoets kiest een heldin die weinig meetelt en laat haar Céline Dion tot haar baken maken. Het tekent een kwetsbaar leven met veel humor, zonder spot ten koste van haar.
Akyol laat zijn hoofdpersoon, opgegroeid aan de zelfkant, een nieuwe kans krijgen. De zelfspot blijft, de toon wordt iets volwassener, en er zit meer psychologie onder dan je verwacht.
Benali bouwt de dag voor een bruiloft op uit hilarische verwikkelingen. Het is warmer en uitbundiger dan Grunberg, met familie, misverstanden en een jonge verteller die alles net iets te serieus neemt.
Midden jaren tachtig in Rotterdam wil buurvrouw Loes de ouders van Osama iets voorstellen. Benali schrijft daarover luchtig en snel, met humor die zijn personages liefdevol behandelt.
Mensje van Keulen laat een gezinsvader zonder uitleg verdwijnen en volgt wat dat doet. Een stille, droge komedie over uitbreken uit het gewone, dichter bij het alledaagse dan Grunberg.
Esther Gerritsen brengt een moeder en dochter bij elkaar die jarenlang langs elkaar heen leefden. Haar proza is koel en precies, met zwarte humor onder een kalm oppervlak.
Zwagerman gebruikt de kunstwereld als speeltuin voor een satire waarin een kostbaar schilderij het middelpunt vormt. Vlot en bijtend, minder zelfonthullend dan Grunberg.
Vonne van der Meer schetst een nabije toekomst waarin zorgrobots en een eindelevenswet de gewoonste dingen zijn. Een zwartkomisch boek over ouder worden, nuchter en pijnlijk tegelijk.