Levensnevel draait om misverstanden die uit woorden en herinneringen ontstaan, en Dimitri Verhulst schrijft over een postbodezoon die van woorden houdt. Vlaamser en uitbundiger dan Van Kooten, met dezelfde mengeling van humor en weemoed.
Van Kooten schrijft milde portretten van dierbaren die er niet meer zijn, en Nescio legde al vroeg zo'n weemoedig vriendengroepje vast in De uitvreter en Titaantjes. Klassieker en literairder, met dezelfde lichte toets.
Herinneringen die door het heden heen lopen: in Levensnevel gebeurt het in de mist, bij Maarten Biesheuvel in een gewone werkkamer waar elk voorwerp een verhaal oproept. Grilliger en fantasievoller, even weemoedig.
Van Kooten schrijft over angst voor wat komen gaat, en Biesheuvel doet dat in verhalen dicht op zijn eigen leven, in zijn houten huis met Eva. Kwetsbaarder en vreemder, maar met evenveel humor.
Zes verhalen waarmee Tessa de Loo debuteerde, voor wie na Levensnevel van korte, weemoedige verhalen over gewone levens houdt. Minder grappig dan Van Kooten, literairder van toon.
Een tweede verhalenbundel van Van Kooten in dezelfde melancholieke stemming: zes autobiografisch klinkende verhalen en drie gedichten. Wie de portretten in Levensnevel mooi vond, leest hier een man die net zo terugblikt, iets geestiger.
Waas over het verleden, misverstanden in het heden: Levensnevel heeft dezelfde lichte melancholie als de romans van Remco Campert. In deze korte roman zit een dichter op een festival in het buitenland, verloren tussen collega's en zijn eigen twijfels.
Frans Pointl schrijft met droge humor over zijn eigen gezondheid en zijn katten, net zoals Van Kooten zijn angst voor wat komen gaat met een grap verzacht. Persoonlijke verhalen van een schrijver op leeftijd.
Herinneringen aan een moeder kleuren Levensnevel, en Nicolien Mizee maakt er een hele roman van: Ida komt maar niet los van haar moeder. Grappiger en grimmiger tegelijk, met hetzelfde oog voor familiepatronen.
Van Kooten vertelt verhalen waarin de schrijver zelf een rol speelt, en ook bij P.F. Thomése loopt J. Kessels steeds tegen zijn schepper aan. Absurder en ruiger, met dezelfde lol in een vertroebelde werkelijkheid.
De portretten in Levensnevel zijn gekleurd door de milde waas van herinneringen, en die waas ligt ook over het Amsterdam van Kees Bakels, de dagdromende jongen van Theo Thijssen. Een klassieker over vroeger, warm en geestig.