Jerry Cornelius en Case zijn allebei antihelden die zich met een riskante opdrachtgever inlaten. William Gibson schrijft sneller en kouder dan Moorcock, met een uitgerangeerde hacker die terug wil naar de matrix; net zo moreel troebel en stijlvol.
Gedeeld: literair, moreel grijze hoofdpersoon en snel tempo
Miss Brunner en haar machtige computer maken van Uiterste programmering een vroege hackersfantasie vol branie. Neal Stephenson zet die lijn decennia later voort met een pizzakoerier die in de virtuele wereld een held met een zwaard is; even dol, maar veel sneller.
Jerry Cornelius is een charmante schurk, en James diGriz ook: een oplichter die liever banken berooft dan een eerlijk vak leert. Harry Harrison is luchtiger en rechtlijniger dan Moorcock, maar de grijns en het tempo herken je meteen.
Gedeeld: met humor, moreel grijze hoofdpersoon en snel tempo
Jerry Cornelius heeft een onwrikbaar vertrouwen in zichzelf, en Ignatius J. Reilly heeft dat in het kwadraat. John Kennedy Toole laat zijn antiheld door New Orleans walsen in een komische roman die net zo schaamteloos is als die van Moorcock.
Bij Moorcock is zelfs de held niet te vertrouwen, en bij Jack Vance zijn de schurken vaak het grappigst. Deze Duivelsprins staat bekend om wrede grappen, en Vances droge, sierlijke zinnen passen bij wie Cornelius om zijn stijl waardeerde.
Een broer die zijn zus vasthoudt in een familiekasteel is bij Moorcock het begin van een avontuur. Iain Banks maakt van een geïsoleerd familiehuis op een Schots eiland iets veel grimmigers: een opgroeiverhaal vol vreemde rituelen, zonder sf maar met zwarte humor.
Moorcock maakt van zijn hoofdpersoon een dandy zonder veel geweten, en R.F. Kuang doet hetzelfde met een onbekende schrijver naast een gevierde vriendin. Een scherpe, grappige satire over de boekenwereld, met een vertelster die je niet wilt maar wel moet volgen.
Gedeeld: met humor, moreel grijze hoofdpersoon en snel tempo
Jerry Cornelius is een rebel die zich aan niets houdt, en Jan Cremer schreef zichzelf zo: vechtend, zwervend, schilderend en versierend. Geen sciencefiction, wel dezelfde branie en een tempo dat nergens inhoudt; een Nederlandse klassieker van de jaren zestig.
Moorcock speelt met de stijl van spionage- en avonturenverhalen, en Raymond Chandler is een van de bronnen van die verteltoon. Philip Marlowe moet een jonge vrouw schaduwen en vertelt erover even droog en geestig als Cornelius zich gedraagt.
Gedeeld: literair, moreel grijze hoofdpersoon en snel tempo
Cornelius beweegt zich door een Engeland dat bijna, maar niet helemaal, het onze is. Haruki Murakami doet hetzelfde met Japan, in een roman over een verteller die na rare dromen terugkeert naar een hotel dat onherkenbaar is veranderd; dromeriger en weemoediger.
Jerry Cornelius is een sluwe vos in een maatpak, en Tom Lanoye bewerkt de bekendste vos uit de Nederlandse literatuur. Een berijmde, eigentijdse versie van Van den vos Reynaerde, net zo amoreel en grappig als Moorcocks antiheld.
Gedeeld: met humor, literair en moreel grijze hoofdpersoon
Het Engeland van Moorcock ligt net naast het echte, en Hilary Mantel graaft in haar korte verhalen juist onder het gewone Engelse leven. Duister en heel geestig, voor wie de Britse spot van Uiterste programmering wil houden zonder sciencefiction.