Na Hiro Protagonist nog een Stephenson vol hackers en codes: hier wisselen codekrakers uit de Tweede Wereldoorlog en hun moderne nakomelingen elkaar af. Langer en geduldiger, maar met dezelfde droge humor.
Na de spotprent van Het Babelvirus laat Stephenson zien dat hij ook geduldiger kan: een meisje uit de onderklasse krijgt een interactief lesboek dat haar leven verandert. Vol nanotechnologie, klassenverschil en rare uitvindingen.
Y.T. scheurt op haar skateboard door de stad, en bij Gibson steelt fietskoerier Chevette een zonnebril die ze beter had laten liggen. Allebei snelle cyberpunk met een koerier die per ongeluk in een groot complot belandt.
De Metaverse van Hiro en de OASIS van Wade Watts lijken op elkaar: allebei virtuele werelden waar je meer bent dan in je echte leven. Cline schrijft vooral een speurtocht vol jaren-tachtig-verwijzingen, lichter en nostalgischer.
Marc-Uwe Kling laat algoritmes alles bepalen, van je liefde tot je aankopen. Net zo spottend als Stephenson, maar korter en met de satire nog meer op de voorgrond.
Waar Stephenson bedrijven en maffia de Verenigde Staten laat opdelen, regeren bij Pohl en Kornbluth de reclamebureaus. Een vroege satire die je leest als een voorloper van Het Babelvirus.
Stephenson lacht om de rijken die alles in handen hebben, en Philip K. Dick laat een gewone arbeider die banden opknapt opstandig worden tegen een heersende klasse van supermensen. Een kort, droog grappig boek uit de jaren zeventig.
Gedeeld: meerdere vertellers, snel tempo en spanning
Een supercomputer bewaart de vrede en breidt zichzelf uit. Philip K. Dick schrijft al decennia eerder over wat er gebeurt als techniek de macht grijpt, een thema dat Stephenson in Het Babelvirus met virussen uitwerkt.
Na een oorlog die Amerika verwoestte, zwerft Gordon door een land van losse nederzettingen. Brin deelt met Stephenson een Amerika dat in stukken is gevallen, al is de toon hier ernstiger.
Hiro bluft zich met zijn zwaard door de maffia heen; Stefan Chesnek moet zich na een overval door piraten zonder bezittingen staande houden in de ruimte. Peter Schaap schrijft net zo vlot en met een vergelijkbare droge ondertoon.
Harry Harrison bundelt drie korte romans over een toekomst waarin een paar machtigen alles bepalen. Net zo vlot als Het Babelvirus, met een held die het systeem uitdaagt.
David Brin laat een bemanning van mensen en slimme dolfijnen stranden op een waterplaneet. Wie bij Stephenson van de vreemde mengeling van personages hield, vindt hier een ander soort bonte bemanning.