Ignatius woont op zijn dertigste nog bij zijn moeder, Alexander Portnoy kan maar niet loskomen van de zijne. Twee uitbundige, schaamteloze monologen van mannen die zichzelf eindeloos analyseren, Roth nog een stuk scabreuzer.
Ignatius en de twee Parijse klerken van Flaubert hebben dezelfde kwaal: grote eigendunk en weinig benul van de echte wereld. Flaubert is ouder en droger, maar zijn satire op betweters past perfect na New Orleans.
Een eigenwijze, onaangepaste figuur die een hele stad op stelten zet: dat is Ignatius Reilly, en ook de hond die bij Boelgakov mens wordt. Russischer en politieker, met dezelfde lol in chaos.
Jim Dixon moet net als Ignatius een baan zien te houden waar hij totaal ongeschikt voor is, en ook bij hem eindigt elke poging in een ramp. Amis is Engelser en ingetogener, Toole uitbundiger.
Waar Ignatius droomt van een grote toekomst die nooit komt, dromen de drie vrienden van Grunberg van Hollywood. Een schelmenroman over mislukkelingen met grote plannen, cynischer en Nederlandser.
Ignatius die van baan naar baan strompelt en Louis Tinner die ook maar moeizaam aan het werk komt: twee buitenstaanders die werk als vijand zien. Brusselmans is somberder, Toole luidruchtiger.
Tony Hanssen gelooft net zo stellig in zijn eigen genie als Ignatius, al wil Tony vooral verkopen en Ignatius vooral schrijven. Lanoye is Vlaams en literair, met hetzelfde plezier in een held die je niet moet navolgen.
Een feest dat ontspoort en een familie vol excentriekelingen: Benali en Toole schrijven allebei uitbundige komedies over een stad en haar zonderlingen. Benali speelt in Marokko en is lyrischer.
Ignatius die de moderne tijd minacht en een jonge jurist die het Sovjetrijk ziet instorten: twee boeken vol burleske toestanden in een wereld die op zijn kop staat. Waterdrinker is wilder en politieker.
Ook McEwan schreef een satire waarin een volstrekt onaangepaste figuur een machtige positie inneemt. Korter en strakker dan Toole, maar met dezelfde lol in een held die nergens voor deugt.
Willem Bleeker die zijn gezin achterlaat voor Amsterdam en Ignatius die tegen wil en dank de stad in moet: twee mannen op drift in een wereld die hen niet begrijpt. Van Keulen is grauwer, Toole kluchtiger.
Grunberg stuurt twee jonge broers het Amerika van de randgebieden in, zoals Toole zijn held door de buurten van New Orleans stuurt. Droevig en grappig tegelijk, een stuk zwarter.