Wie na de slachter in de nachtmetro meer van Barker wil, pakt deze bundel uit dezelfde vroege periode. Andere verhalen, maar dezelfde mix van lichamelijke gruwel en verbeelding die nergens stopt, en ook hier is elk verhaal kort genoeg voor één avond.
Barker laat New York en twee Joegoslavische dorpen ontsporen; Enríquez doet dat met het Argentinië van nu. Haar verhalen zijn net zo duister en gaan net zo ver, maar ze verweeft het griezelige met wat haar land elke dag meemaakt.
Geen bovennatuurlijke gruwel, maar Banks gaat in De wespenfabriek even ver als Barker in het beschrijven van wreedheid. Een tiener op een Schots eilandje met zijn eigen rituelen: duister, grimmig grappig en kort genoeg voor een paar avonden.
Net als Tunnel van de dood laat deze bundel van Straub zien hoe ver je in één kort verhaal kunt gaan. Hij schrijft literairder en psychologischer dan Barker, maar duister is het zeker, en geen twee verhalen lijken op elkaar.
Tunnel van de dood begint met een klerk die de verkeerde nachttrein neemt. Ook Herbert trekt gewone stadsbewoners zonder waarschuwing de gruwel in, met hetzelfde hoge tempo, alleen houdt hij het een hele roman lang vol.
Aasgieren deelt met Barkers verhaal over de vrouw die vlees kan buigen het idee van een gave die omslaat in macht en wreedheid. Simmons maakt er een lange, spannende jacht van; trek er een paar avonden voor uit.
Barker en King komen uit hetzelfde tijdperk van horror zonder rem. Misery laat je een heel boek lang opgesloten zitten met een schrijver en zijn grootste fan; minder bovennatuurlijk dan Tunnel van de dood, maar net zo onaangenaam spannend.
Het verhaal over de vrouw die vlees naar haar hand zet, heeft een voorvader in deze klassieker van Wells. Op een eiland worden dieren tot mensen omgevormd; ouder en ingetogener dan Barker, maar het ongemak blijft lang hangen.
Een tweede Enríquez voor wie van korte, ontregelende horror houdt. Waar Barker groots en lichamelijk schrijft, kruipt het griezelige bij haar ongemerkt een gewone straat of slaapkamer binnen, wat minstens zo ongemakkelijk is.
Ook een dunne bundel griezelverhalen van een schrijver die het genre mee vormde. Matheson is ingetogener dan Barker en bouwt zijn angst op uit kleine, alledaagse dingen, maar ook deze verhalen lees je makkelijk in een avond.
Barkers vrouw die met haar wil vlees buigt, heeft hier een tegenhanger in een man met een bovennatuurlijke gave waar een bedrijf geld aan verdient. Herbert schrijft het als thriller met horror erdoorheen: minder verhalen, meer vaart.
Joe Hill schrijft horror die doet denken aan de vroege Barker: een oud-rockster haalt iets vervloekts in huis en komt er niet meer vanaf. Strak en spannend, met een wraakzuchtige geest in plaats van een slachter.