Een boot met toeristen raakt bij Clarke opgesloten onder het stof van de maan, en de redding vraagt slimme techniek en geduld. Wie in The Martian vooral de puzzels rond lucht en voorraad spannend vond, krijgt hier een klassieke voorloper.
Watney redt zich met botanie op een dode planeet; Crichtons jonge onderzoekers moeten het juist redden op de bodem van een wemelend regenwoud, waar een mier een monster is. Allebei verhalen waarin vakkennis het verschil maakt tussen leven en dood, Crichton met meer bloed.
Een tiener die zijn dagen vult met een ruimtegame ontdekt dat de aanval echt is. Cline schrijft met dezelfde lichte toon en popcultuurgrappen als Weir in Watneys logboek, en het tempo ligt even hoog.
Watneys logboek is grappig ondanks alles; Adams maakt van het einde van de aarde een klucht en stuurt een verdwaasde Brit met een handdoek de ruimte in. Minder wetenschap, meer absurde humor.
Een ingenieur die huishoudrobots ontwerpt wordt door zijn naasten opgelicht en kiest voor de koude slaap. Heinlein schrijft over een praktische knutselaar met een eigenwijze stem, voor wie Watneys aanpak van problemen herkent.
Nivens tijdreiziger Svetz heeft een baas die gekke dieren uit het verleden wil, en elke reis loopt anders dan gepland. Luchtige sf vol droge humor, korter en grilliger dan The Martian.
Bouwen tegen alle verwachtingen in: Harrisons ingenieur legt een spoortunnel tussen Engeland en Amerika aan in een geschiedenis waarin de koloniën Brits bleven. Wie bij Watney genoot van techniek die het onmogelijke haalbaar maakt, vindt dat hier op reuzenschaal.
Genen als handelswaar: Crichton vlecht in deze techthriller echte wetenschap door een snel plot met veel personages. Wie in The Martian genoot van wetenschap die je uitgelegd krijgt, vindt hier de biologische variant.
Na een gedwongen injectie in een motel slaan een schilder en twee anderen op de vlucht. Koontz heeft dezelfde vaart als The Martian en gebruikt humor om de spanning te breken, al is het meer achtervolging dan overleving.
Silverbergs tijdkoerier Judson Elliott maakt van een toeristenreis door Byzantium een ramp met humor. Luchtig, snel en vol gekke situaties, een goede volgende stap voor wie de droge grappen van Watney miste.
Een toekomst waarin reclamebureaus de dienst uitmaken en Venus als een product wordt verkocht. Pohl en Kornbluth schrijven snel en spottend, voor wie na The Martian nog een vlotte klassieker met humor zoekt.