Harrison speelt met een geschiedenis die anders liep; Silverberg stuurt zijn koerier met toeristen door het echte verleden, vooral door het Byzantium van keizers en intriges. Allebei luchtig en geestig, met veel plezier in historische details.
Gedeeld: met humor, toegankelijk en historische setting
Als je Harrisons spel met een andere loop van de geschiedenis leuk vond, lees dan hoe zijn beroemdste schurk de tijdlijn zelf moet repareren. Hetzelfde lichte, spottende vertellen, met meer achtervolgingen en minder bouwtekeningen dan bij de tunnel.
Harrison maakt een ingenieur de held van zijn alternatieve geschiedenis, en Heinlein doet hetzelfde met een robotontwerper die door zijn naasten wordt bedrogen. Twee optimistische verhalen waarin vakmanschap de doorslag geeft, met een kat en tijdsprongen bij Heinlein.
Svetz reist voor zijn baas door het verleden om dieren op te halen voor de dierentuin, en het loopt telkens net anders dan bedoeld. Niven maakt van tijdreizen een luchtige grap, in dezelfde vrolijke toon als Harrisons alternatieve geschiedenis.
Waar Harrison de draak steekt met Britse bureaucratie in een wereld op stoom, laten bij Adams buitenaardse ambtenaren de aarde opruimen voor een snelweg. Allebei droge humor met sciencefiction als decor; Adams is absurder.
Het plezier in techniek dat je bij de tunnelbouwers vindt, zit ook in Mark Watney, die alleen op Mars met zijn vakkennis moet zien te overleven. Weir is grappiger in de dialogen en blijft dichter bij echte wetenschap.
Een satire op een samenleving die op hol is geslagen: bij Harrison het Britse Rijk op stoom, bij Pohl en Kornbluth een wereld die door reclamebureaus wordt geregeerd. Snel en spits, met scherpere maatschappijkritiek.
Wie lachte om Harrisons spot met een wereld die vastzit in steenkool en stoom, zal ook genieten van Klings spot met een wereld die vastzit in algoritmes. Satire op een andere eeuw, met hetzelfde droge plezier in absurde regels.
De tunnel van Harrison draait op steenkool; het Amerika van Pohl moet juist met elke kilowatt woekeren. In beide boeken bepaalt de beschikbare energie hoe de samenleving eruitziet, en Pohls brave dominee raakt daarbij verstrikt in spionage.
Asimovs robotverhalen draaien om technici die uitzoeken waarom een machine zich vreemd gedraagt. Wie bij Harrison genoot van het technische gepuzzel rond de tunnel, vindt hier korte, puntige probleemoplossingen met een glimlach.
Jazz Bashara lost haar problemen op met lassen, smokkelen en een grote mond, in de enige stad op de maan. Net als bij Harrison draait het verhaal op slimme techniek en snelle grappen, met een vleugje intrige.