Een man ontdekt dat hij als personage in een succesroman staat, en Koch maakt daar een satire van over ijdelheid in de literaire wereld. Dezelfde droge, gemene humor en een even kritische blik op een kringetje dat zichzelf heel belangrijk vindt.
Ignatius J. Reilly woont op zijn dertigste nog bij zijn moeder in New Orleans en vindt zichzelf een genie. Wie bij Koch genoot van een hoofdpersoon die op iedereen neerkijkt, vindt hier de klassieke versie, nog uitbundiger en grover.
Bomans laat een opgeblazen minister zijn eigen leven beschrijven alsof het een heldendicht is. Net als bij Koch zit de satire vooral in hoe de ik-figuur over zijn eigen omgeving praat, alleen is de toon hier veel ouderwetser.
Thijssen kruipt in het hoofd van Kees, een Amsterdamse schoenmakerszoon van bijna twaalf die wegdroomt in de klas. Een veel liever boek dan dat van Koch, maar met dezelfde scherpe blik op school en klassenverschil.
Thijssens hoofdpersoon is ironisch, eigenwijs en zit vol commentaar op de grote mensen, ook al is hij opgesloten in een inrichting. Wie de spottende jongensstem van Koch goed vond, vindt hier een vroege Nederlandse voorganger.
Verhulst laat Brussel op zijn kop zetten als Christus zijn bezoek aankondigt, en prikt zo door de schijnheiligheid van een hele stad. Dezelfde satirische lol als bij Koch, met een Vlaamse tongval en nog meer overdrijving.
Eus komt van de zelfkant en lijkt het eindelijk te maken, maar zijn afkomst laat hem niet los. Akyol kijkt net als Koch hard naar klasse en milieu, alleen vanaf de andere kant van de maatschappij.
Mizee maakt van een benauwende band tussen moeder en dochter een komedie, met een overspannen decoratieschilder als hoofdpersoon. Haar humor is net zo droog als die van Koch, al heeft ze meer liefde voor haar personages.
Van Dis zet een Nederland neer zonder Oranjes en met een president, en maakt van de klimaatcrisis een bijtende satire. Wie Koch las om zijn spot met de goedbedoelende elite, kan hier verder lachen.
Gedeeld: met humor, literair en langzaam opbouwend
Dichter Hugo Treger drinkt te veel en woont tegenover Artis met de veel jongere Eenhoorn. Reve deelt met Koch een hoofdpersoon die zijn omgeving genadeloos becommentarieert, al is de humor hier nog grotesker.
Désiré Cordier is vierenzeventig en zijn liefdeloze huwelijk spuugzat. Verhulst schrijft net als Koch over iemand die de regels van zijn omgeving aan zijn laars lapt, met veel zwarte humor.