Na de Chinese demon in Utrecht kun je bij Tais Teng door naar Computercode Cthulhu, dat hij met Paul Harland schreef. Daar is het gevaar een digitaal bestand vol oude goden in een half verwoeste toekomst; meer sciencefiction, even duister.
Dode ogen is horror voor lezers die tegen een stootje kunnen, en daarin is Clive Barker de maatstaf. Het boek van bloed bundelt zijn vroege verhalen, waaronder De Madonna en Domein van de angst; kort, grof en verbeeldingsrijk.
Wie van Dode ogen houdt omdat het kort en hard is, vindt in Hellehart meer van dat. De bundel brengt nieuwe horror van drie schrijvers bij elkaar, met Clive Barker voorop; per verhaal een andere stem, maar steeds even duister.
Een bovennatuurlijke kracht die midden in een gewone moderne omgeving opduikt, zoals de demon in Utrecht: dat zit ook in Tentakels van het kwaad. James Herbert laat een beveiligingsman een helderziende bewaken die voor een mijnconcern werkt; rauw en snel.
Dode ogen haalt een eeuwenoude Aziatische macht naar het heden. Dan Simmons doet het omgekeerd: een Amerikaanse dichter reist naar Calcutta en stuit daar op een duistere cultus. Grimmiger en literairer, maar met hetzelfde gevoel van iets ouds dat ontwaakt.
Dode ogen is griezel om van te schrikken, Misery is griezel om naar adem van te happen. Een bestsellerauteur raakt na een ongeluk in de sneeuw gewond en belandt bij zijn grootste fan. Stephen King houdt het realistisch en klein, maar minstens zo hard.
Een wezen dat al eeuwen leeft en mensen als prooi ziet, staat in Dode ogen centraal. In Aasgieren zijn het mensen met de gave om anderen met hun geest te bespelen, en hun spel is net zo wreed. Dan Simmons schrijft groter en dikker.
Tais Teng schrijft voor lezers met sterke zenuwen, en Jean-Christophe Grangé ook. In Duivelseed zoekt een Parijse rechercheur uit wat er echt met zijn collega gebeurde en komt hij uit bij het satanische; harder, langer en meer politieroman dan Dode ogen.
Een demon in Utrecht maakt Dode ogen ongewoon: horror op vertrouwde grond. Mo Hayder kiest voor een Schots eiland waar de bewoners fluisteren over een half menselijk wezen, en houdt lang open wat er werkelijk rondloopt; een grimmige thriller.
Een kwaad dat uit het verre verleden in het heden opduikt, zoals in Dode ogen, komt bij Joe Hill via een internetveiling binnen. Een oud-rockster koopt een geest en heeft daar al snel spijt van. Strak, snel en vol schrikmomenten.
Ook Nosferatu draait om een eeuwenoud lijkend kwaad dat zich voedt met anderen. Joe Hill laat een stokoude man kinderen meenemen in zijn auto naar een plek die hij zelf heeft bedacht; groter en Amerikaanser dan Tais Teng, met even veel duisternis.
Wie Dode ogen las om de wezens die zich met mensen voeden, kan terug naar een klassieker. In Ik ben een legende is Robert Neville de laatste mens tussen vampierachtige wezens; Matheson houdt het kort en somber.