Wie na Duivelseed nog een Grangé wil, kiest dit boek: weer een man die te dicht bij het kwaad komt en er zelf door wordt aangetast. Deze keer is het een journalist in plaats van een inspecteur, en speelt een deel zich af in Zuidoost-Azië. Psychologischer, net zo zwart.
Mathieu Durey maakt van de zaak in Duivelseed een persoonlijke kruistocht, en Jack Caffery doet in het debuut van Mo Hayder precies hetzelfde. Zuid-Londen in plaats van Parijs, met rituele moorden die nog rauwer beschreven zijn dan bij Grangé. Alleen voor wie tegen een stootje kan.
Na de satanische symbolen in Duivelseed past De sirene van Val McDermid, het eerste boek met profiler Tony Hill en Carol Jordan. In Bradfield worden mannen gemarteld en vermoord, en Hill moet in het hoofd van de dader kruipen. Net zo gewelddadig, meer gericht op profilering.
Zoals Durey in Duivelseed tegen de officiële lezing in blijft zoeken, wantrouwt Tom Thorne in Slaapdood alles wat zijn collega's te makkelijk aannemen. Het eerste deel van Billinghams reeks, Engels en droog van toon, met een dader die even kil en berekenend is als bij Grangé.
Duivelseed volgt een inspecteur die blijft graven terwijl het kwaad dichterbij komt, en Jane Rizzoli doet in De chirurg hetzelfde in Boston. Tess Gerritsen, zelf arts geweest, beschrijft een dader die met medische precisie werkt. Amerikaanser en strakker dan Grangé.
Duivelseed laat je twijfelen of het kwaad nog menselijk is, en Dolores Redondo speelt in haar boeken met diezelfde grens tussen bijgeloof en politiewerk. In Het kille hart verlaat haar Baskische inspecteur haar vallei voor een Amerikaanse jacht. Lees bij voorkeur eerst de eerdere delen.
Heb je je in Duivelseed niet laten afschrikken door de lijken en de lijkschouwingen, dan is Patricia Cornwell een logische volgende stap. Haar patholoog werkt in Onnatuurlijke dood aan een zaak die over de oceaan heen reikt. Minder occult dan Grangé, meer laboratorium, even grimmig.
Een vermoorde non in een kathedraal: Rozenkrans van Lisa Jackson heeft dezelfde mix van geloof en geweld als Duivelseed. Rechercheurs Bentz en Montoya onderzoeken de zaak in New Orleans. Meer zuidelijke sfeer en romantiek, minder psychologische diepte dan Grangé.
Peter Straub past na Duivelseed als je van literaire, lang uitgesponnen duisternis houdt. In Kelen keert schrijver Tim Underhill terug naar zijn geboortestad Millhaven, waar een oude moordzaak weer opleeft. Trager dan Grangé, met dezelfde fascinatie voor wat een mens tot moordenaar maakt.
Chris Carter is de keuze na Duivelseed als het geweld je niet afschrikt. In De beste vriend vindt de politie na een vreemd ongeluk in Wyoming iets gruwelijks in een kofferbak, en Robert Hunter wordt erbij gehaald. Nog explicieter dan Grangé, met korte hoofdstukken en een hoog tempo.
Net als Mathieu Durey in Duivelseed draagt inspecteur Mat Joubert in Feniks een persoonlijk verlies met zich mee: zijn vrouw kwam gewelddadig om het leven. Deon Meyer zet het onderzoek in Kaapstad, minder satanisch maar even somber en spannend.
De symbolen in Duivelseed zetten Durey op het spoor, en bij Arne Dahl begint de zaak ook met iets wat eerst vooral een raadsel lijkt. Wraak is Zweeds teamwerk met veel puzzelen en verhoren, minder horror en minder bloed dan bij Grangé, maar met dezelfde onderhuidse dreiging.