Eefie, Nina en Joost lossen het probleem van oma zelf op, zonder het de volwassenen te vragen. In het eerste deel van Het Ministerie van Oplossingen neemt ook een meisje het heft in handen, met een brief die niet voor haar bedoeld was.
Oma die weg wil uit De Korenwolf, een vriend die naar het buitenland moet: in beide boeken laten kinderen zo'n vertrek niet zomaar gebeuren. Erna Sassen schrijft net zo grappig over een club die zich verzet.
Het roddelblad over popster Izabel zet de bende aan het speuren. Bij Mirjam Pressler vindt een logeerkind iets onverwachts in het huis van oom en tante, met dezelfde nieuwsgierigheid en warmte.
Een popster die zich misschien in het hotel verstopt, of een vliegende schotel op het schoolplein: Mirjam Mous begint net als Vriens met een onwaarschijnlijke gast. Vrolijk, knus en vol vaart.
Waar kan oma blijven wonen? Dezelfde vraag speelt bij Gudrun Pausewang, wier rover net vrij is en opnieuw wil beginnen. Een grappig, warm verhaal over een plek vinden waar je thuishoort.
Een zwevende oma, een popster in het hotel: Vriens gooit er flink wat onzin in. Sjoerd Kuyper gaat nog een stap verder met een jongen die veel te laat geboren wordt, absurd en lief tegelijk.
Pepijn houdt zich stil over zijn Izabel-posters, en ook het jongetje bij Edward van de Vendel geeft niet graag toe wat hij voelt. Een kort, grappig boek over stoer doen en toch iets eng vinden.
Een oma die zweeft, een mannetje dat fietst met een tafel op zijn hoofd: Marga Minco schreef net zulke heerlijk onzinnige beelden voor kinderen. Kort, speels en goed om voor te lezen.
De Korenwolf-bende gaat op onderzoek uit buiten het zicht van de ouders, en dat doen de jonge Boeboeks van Marc de Bel ook. Grappig en een tikje gevaarlijk, voor dezelfde avontuurlijke lezers.
Wie lacht om een oma die niet meer de trap op kan, lacht ook om een luis die in een boomhut woont. Bavo Dhooge schrijft kort en gek, voor iets jongere lezers dan de Korenwolf-boeken.