Nina en Alfa wachten niet tot volwassenen Ruben helpen, en op Drakeneiland moeten de kinderen ook zelf een oplossing vinden voor een eiland vol hamsters. Lydia Rood is iets avontuurlijker en buitiger, met dezelfde humor en dezelfde vlotte hoofdstukken.
Een geheime brief brengt Nina in actie; bij Sassen begint het als een buurman met een geit bij de verveelde Maaike aanbelt. Twee grappige boeken over meiden die een nieuw avontuur vinden waar ze het niet verwachtten.
Nina en Alfa beginnen in het eerste Ministerie-boek eigenlijk hun eigen geheime genootschap. Erna Sassen schrijft over zo'n clubje met toverkracht, waar een verhuizing alles dreigt op te blazen. Kort, snel en vol droge grappen.
Nina leest stiekem een brief die niet voor haar is en gaat dan gewoon zelf aan de slag. Zulke eigenwijze meiden vind je ook bij Do van Ranst, in een bundel van vier korte verhalen die je makkelijk na elkaar of los leest.
Ook bij Jacques Vriens heet de hoofdpersoon Nina, en ook zij heeft een clubje dat graag aanpakt, met een grote zus, een broertje en een ondernemende oma. Drie verhalen in één band, iets knusser en minder geheimzinnig dan het Ministerie.
Een postbodedochter van elf die zich met de problemen van een jonger kind bemoeit: dat is Nina. Sjoerd Kuyper geeft zijn dertienjarige held nog meer op zijn bord, en mengt net als Rooseboom grappen met momenten die echt binnenkomen. Voor iets oudere lezers.
Rooseboom laat het Ministerie van Oplossingen bijna sprookjesachtig echt bestaan, en die mengeling van gewoon en wonderlijk vind je ook bij Godfried Bomans. Pa Pinkelman is een goedhartige oude baas die van het ene dolle avontuur in het andere rolt.
Rooseboom laat twee meiden zonder toestemming van volwassenen een zaak oppakken. Marc de Bel doet iets vergelijkbaars in een zomerboek over een meisje en haar beste vriend met een geliefde speelplek. Uitbundiger van toon, met dezelfde vrijheid.
Het Ministerie begint met een geheime brief, Abeltje met een verboden knopje in de lift van warenhuis Knots. Annie M.G. Schmidt geeft het klassieke voorbeeld van een gewoon kind dat in een wonderlijk avontuur belandt, vol humor en met een vleugje spanning.
Vond je het eerste Ministerie-boek een fijne kennismaking met Sanne Rooseboom, lees dan ook haar losse roman. Ravi moet na een ramp thuis met haar broertje en moeder ergens anders wonen, en net als Nina blijkt ze dapperder dan ze dacht.
Het Ministerie van Oplossingen blijkt echt te hebben bestaan, en dat soort verhalen die net iets te mooi zijn om waar te zijn, vind je ook bij Rindert Kromhout. Zijn kinderboek speelt in Rome en heeft een vlot tempo met een flinke scheut spanning.
Nina, Alfa en Ruben vormen een klein team, net als Deef met Stip, Lex en Juliet op hun eerste schooldag die anders loopt dan normaal. Do van Ranst houdt het luchtig en raadselachtig, met een groepje vrienden dat samen uitzoekt wat er speelt.