Spees landt op het schoolplein, en ook in Boem! krijgt de gewone schoolwereld ineens te maken met iets van heel ver weg. Mark Haddon schrijft voor iets oudere lezers en met meer spanning, maar de mix van ruimte en humor is dezelfde.
Boelie en zijn klasgenoten verstoppen een bijzonder wezen voor de buitenwereld, en ook Minoes heeft een geheim dat niet uit mag komen: ze was vroeger een kat. Een klassieker van Annie M.G. Schmidt, net zo grappig en met een vleugje spanning.
Spees blijkt helemaal niet eng, en dat merkt Yas ook als hij een spook leert kennen. Edward van de Vendel maakt er een knus verhaal van over vriendschap met iemand die eigenlijk niet zou moeten bestaan.
Een schooldag met een ruimtewezen is niet gewoon, en een moeder die een fee is ook niet. Sophie Kinsella laat Ella omgaan met toverkunsten die niet altijd goed uitpakken, net zo vrolijk en voor dezelfde leeftijd als Spees.
Boelie sluipt met een paar klasgenoten naar buiten om Spees te helpen; ook de heksenclub van Loes en Jurriaan smeedt samen een plan als het erop aankomt. Erna Sassen schrijft brutaal en geestig, met evenveel vriendschap als bij Mous.
Rover Graai is net als Spees iemand voor wie de mensen bang zijn, terwijl hij eigenlijk best meevalt. Gudrun Pausewang vertelt zijn winteravontuur luchtig en met veel kleine grapjes, voor dezelfde lezers die om het ruimtewezen lachten.
Wie Spees grappig vond omdat hij overal opvalt, lacht ook om Ayla, een zebra met grote dromen over een verkiezing. Edward van de Vendel schrijft het speels en kort, met humor in plaats van een les.
Een geheim bewaren met een groepje kinderen: dat doen Boelie en zijn klasgenoten met Spees, en de bende van De Korenwolf weet er ook alles van. In dit tweede deel draait het in het hotel om de liefde, met dezelfde vrolijke chaos.
Spees is een buitenbeentje met een groot hart, en dat is hondje Tongetje ook, met zijn veel te lange tong. Charlotte Mutsaers laat hem een uitstapje maken naar een warenhuis, korter en eenvoudiger dan het ruimteavontuur van Boelie.
Boelie trekt met een paar klasgenoten op om een ruimtewezen uit handen van de politie te houden. Dat soort samen-tegen-de-rest gevoel heeft ook het broertjesduo van Toon Kortooms, een oude klassieker die verrassend fris leest.
Een vliegende schotel op het schoolplein en een huis op een bakfiets: allebei zetten ze het gewone leven op zijn kop. Bobbel wil rijk worden en reist met haar ouders steeds naar een ander uitzicht, in de speelse taal van Joke van Leeuwen.
Na een buitenaards wezen op school volgt hier een heel klein beestje als hoofdpersoon: meneer Luis, die in een haardos woont. Bavo Dhooge maakt er een even gek en vrolijk verhaal van, prima voor dezelfde lezers als Spees.