Rover Graai wil een echt huis, Bobbel woont al in een bakfiets en wil rijk worden. Joke van Leeuwen schrijft net zo'n grappig, eigenwijs verhaal over een gezin dat anders woont dan anderen, met tekeningen erbij.
Graai heeft een vrouw die precies weet wat ze wil; Sjoerd zoekt juist een nieuwe moeder via een briefje in de supermarkt. Mirjam Mous maakt er een vrolijk, knotsgek gezinsverhaal van voor kinderen die graag lachen.
Rover Graai is een boef met een goed hart, en ook de broers Dik Doruske en Dun Drieske stappen van het ene gekke avontuur in het andere. Toon Kortooms schrijft ouderwets gezellig, met humor die voorlezers ook leuk vinden.
Rover Graai moet ineens netjes gaan wonen, maar doet het op zijn eigen rommelige manier. Youp van 't Hek maakt van zo'n dwarsligger een klein, gek voorleesverhaal, waarin anders zijn gewoon mag.
Bij Pausewang wordt een rover braaf, bij Marc-Uwe Kling moet een gemene prinses leren aardig te zijn. Allebei grappig omgekeerde sprookjesfiguren, kort en vlot, met een lesje dat nergens belerend wordt.
Rover Graai pakt alles op zijn eigen manier aan, en Loes brouwt haar eigen vieze drankjes. Erna Sassen schrijft een grappig heksenverhaal met een eigenwijs meisje in de hoofdrol, een fijne volgende stap voor beginnende lezers.
Bij Pausewang draait alles om vader, moeder en dochtertje Graai in hun nieuwe huis. Kinsella schrijft net zo'n warm gezinsverhaal voor jonge lezers, alleen kan de moeder hier toveren, en dat gaat lang niet altijd goed.
Ook Bavo Dhooge maakt van een onwaarschijnlijke held een lieve hoofdpersoon: een luis die in een boomhut tussen het haar woont. Net als bij rover Graai is het vooral gek, grappig en snel uit.
Een rover die een huis bouwt, een hondje met een veel te lange tong: allebei personages met iets geks waar het verhaal om draait. Charlotte Mutsaers schrijft speels en beeldend, voor kinderen die van gekke taal houden.
Dat een rover hulp krijgt van uitgerekend de politiechef, is het leukste grapje van dit boek. Funke bouwt ook op zo'n onwaarschijnlijke samenwerking, met een spook in plaats van een agent, en maakt het iets spannender.
Bij Pausewang gaat alles net anders dan je verwacht, en dat geldt ook voor de wachtkamer van dokter Brombeer, vol dieren met het verkeerde geluid. Wilma Geldof schrijft kort en grappig, heel geschikt om voor te lezen.
Graai wil na de gevangenis opnieuw beginnen, al is een rover nergens echt welkom. Ook bij Van de Vendel probeert een buitenbeentje erbij te horen, met een grappige wedstrijd en veel knusse humor voor kleine lezers.