Pit en Puf zijn piepkleine wezentjes die het mensending van dichtbij bekijken, en Wiplala is zo'n wezentje dat bij de familie Blom woont. Schmidt is klassieker en Hollandser, en net zo grappig.
Een monster waarvoor gewaarschuwd wordt en kinderen die het toch opzoeken: Funke speelt hetzelfde spel als De Bel, met een slijmerig spook. Iets ouder en spannender.
Yas is bang in het donker, de Boeboeks moeten oppassen voor Peetieloetie: allebei maken ze van een enge figuur iets om om te lachen. Van de Vendel is knusser en korter.
Lilli en Rosanna doen net als Pit en Puf precies wat ze niet mogen, en dat levert een avontuur vol magie op. Funke schrijft het met dezelfde ondeugende humor als De Bel.
Een land waar iedereen vrolijk is en één prinses die dwarsligt: Rooseboom deelt met De Bel een gekke wereld vol eigenwijze wezens. Korter en fijn om voor te lezen.
Van de Vendel laat een zebra meedoen aan een eenhoornverkiezing; De Bel laat twee Boeboeks spelen met een mensending. Allebei grappige fantasie over figuren die hun eigen gang gaan.
Een bos vol geheimen en kinderen die er hun eigen regels maken: Sassens bosduivels zouden zo in het Biezebos kunnen wonen. Ook hier een vleugje magie en veel lol.
Kabouters en Boeboeks: Mous en De Bel houden allebei van kleine wezentjes die je stiekem kunt tegenkomen. Bij Mous vliegen twee zussen in een koffer weg, net zo dol als de beha-boomhut.
Myjers Gorgels zijn net als de Boeboeks piepkleine wezens met een eigen wereldje naast dat van mensen. Een prentenboek, dus fijn om samen te bekijken, met dezelfde zachte humor.
Een woud vol wonderlijke wezens en een heldin met een pratende hond: Kelk mengt net als De Bel sprookje met dolle humor. Iets langer en voor wat oudere lezers.
Pit en Puf hebben oma Gnolia, de bende van De Korenwolf heeft een ondernemende oma die overal voor in is. Vriens schrijft knusse, grappige verhalen die je goed na elkaar leest.