Na de verdwenen olifant en de nachtelijke hamburgeroverval wil je meer Murakami in kort formaat, en deze bundel is hechter: alle verhalen draaien om de schok van één ramp. Ernstiger van ondertoon, maar met dezelfde vreemde wendingen in gewone levens.
Murakami laat in De olifant verdwijnt het alledaagse net een slag draaien; Mantel doet dat in een bundel die het Engelse fatsoen openbreekt. Scherper en zwarter dan Murakami, maar ook haar verhalen beginnen gewoon en eindigen ontregelend.
Waar Murakami het moderne Japan van de jaren tachtig vangt in korte, vreemde verhalen, doet Waterdrinker dat met het Moskou van vlak na de Sovjettijd. Rauwer en uitbundiger, met dezelfde droge blik op mensen die zich aanpassen aan een wereld in verandering.
Ook dit is een keuze die de schrijver zelf uit eerder werk maakte, net als De olifant verdwijnt. Waterdrinkers Russische vertellingen zijn kleurrijker en anekdotischer, maar delen het plezier in absurde situaties die heel gewoon beginnen.
De Boer schrijft korte verhalen over gewone figuren met een rare kant, net als Murakami in deze bundel. Hollandser en volkser van toon, maar ook bij hem kantelt een alledaags tafereel vaak onverwacht.
Wie na De olifant verdwijnt zin heeft in Nederlandstalige verhalen met iets vreemds erin, vindt bij Herman Pieter de Boer een bloemlezing van zijn beste werk. Ouderwetser verteld, met meer pointe en minder raadsel dan Murakami.
Van Dis en Murakami delen het talent om een groot thema in een klein, bijna terloops verhaal te stoppen. Van Dis is politieker en persoonlijker, Murakami dromeriger, maar beide bundels wisselen een glimlach af met iets dat blijft schuren.
Murakami's verhalen spelen met de vraag wat echt is; Koch laat een man ontdekken dat hij als personage in een roman staat. Een speels, licht ontregelend boek voor wie genoot van de olifant die zomaar uit zijn hok verdween.
Het pasgetrouwde stel dat bij Murakami een fastfoodrestaurant overvalt, zou zo in Tooles chaotische New Orleans passen. Een volle komische roman in plaats van korte verhalen, met humor die grover is dan die van Murakami.
Net als De olifant verdwijnt is dit een bundel waarin losse verhalen samen een sfeer neerzetten, hier rond één school. Siebelink is realistischer en Hollandser, maar zijn ironie over kleine levens die net ontsporen is verwant aan die van Murakami.
Murakami laat een olifant zomaar verdwijnen en kijkt hoe de mensen reageren; Verhulst kondigt een bezoek van Christus aan. Twee schrijvers die één onmogelijk gegeven gebruiken om een samenleving te laten zien, al is Verhulst satirischer.
Van Dis verplaatst Nederland naar een alternatieve werkelijkheid, zoals Murakami zijn Japan steeds een tikje laat afwijken. Een roman in plaats van verhalen en politieker van toon, maar met hetzelfde plezier in het net-niet-echte.