Na de café's van Reetveerdegem richt Verhulst zijn spot op heel België. Dezelfde vlotte, Vlaamse humor, maar nu als satire over een land in rep en roer in plaats van een jeugdherinnering.
De ooms uit Reetveerdegem zouden het prima vinden met Ignatius Reilly. Toole schrijft een Amerikaanse klassieker vol onaangepaste figuren en grove humor, net zo ontroerend onder de grappen.
Een jongen uit een gebroken gezin aan de onderkant van de maatschappij, verteld met humor en zonder zelfmedelijden: Akyol schreef met Eus een Deventer tegenhanger van Verhulsts jeugd tussen bier en ruzie.
Waterdrinker vertelt over zijn eigen leven met dezelfde mengeling van zelfspot en eerlijkheid als Verhulst over zijn jeugd. Minder drank en armoede, net zo grappig.
Herman Koch maakt van het koningshuis een satire, met dezelfde scherpe humor waarmee Verhulst zijn familie neerzet. Lekker toegankelijk en vol rake typeringen.
Mizee schrijft net als Verhulst over het leven aan de rand, met humor als overlevingsmiddel. Een vrouw die botst met de bijstand, verteld met een droge, eigenwijze stem.
Kees van Kooten kijkt met weemoed en humor terug op vroeger, zoals Verhulst op Reetveerdegem. Korte verhalen, maar dezelfde mix van lachen en ontroering.
Vonne van der Meer laat een weduwe zonder geld zich met humor en lef staande houden. Wie bij Verhulst lachte om ellende, vindt hier dezelfde lichtvoetigheid bij tegenslag.
Van Dis vertelt over een jeugd in een bijzonder gezin, met de blik van een jongen die alles opslaat. Minder rauw dan Verhulst, maar net zo autobiografisch en vol tragikomische momenten.
Lubach schrijft een vlotte, grappige roman met een hart onder de humor. Wie Verhulst las om de lach en de traan, vindt bij Magnus dezelfde combinatie in een modernere vorm.