Ook hier begint het met iemand die verdwenen is: de avond voor de bruiloft van zijn zus ontdekt de jonge Lamarat dat bruidegom Mosa ervandoor is, en dat zet een tocht in gang. Grappig en weemoedig tegelijk, met familie in plaats van liefdesverdriet als motor.
Uit het Hollands Museum verdwijnt een meesterwerk van dertig miljoen euro, en de zoektocht ernaar stuwt het verhaal. Net als Merlijns jacht op de creditcarddief in Stockholm is het spanning met een knipoog, al speelt Zwagerman meer met de kunstwereld.
Na de dood van hun vader belanden de broers Paul en Tito met hun moeder in een vrachtwagen vol watermeloenen bij de grens met Mexico. Een reis met een vreemd doel, en Grunberg mengt net als Lubach droge humor met verdriet.
Een Amsterdamse jongen zoekt liefde, eerst bij zijn ouders en daarna bij vrouwen. Wie Merlijn met zijn gebroken hart volgt, herkent de mix van grappig en treurig, al blijft Grunberg dichter bij huis dan een roadtrip door Zweden.
Merlijn reist met een gebroken hart naar Zweden; Roxy blijft achter met een veel bruter verlies, als haar man samen met zijn minnares omkomt. Esther Gerritsen maakt van die rouw iets vreemds en droogkomisch, zoals Lubach het drama van Merlijn luchtig houdt.
Lubach laat een jonge man vluchten uit een liefde die voorbij is, Verhulst laat een gepensioneerde Belg ontsnappen aan een huwelijk dat al lang dood is. Beide boeken zijn grappig en droevig tegelijk, al is De laatkomer scherper van toon.
Giph en zijn zus Phileine bereiden zich opvallend opgewekt voor op de euthanasie van hun moeder. Zoals Magnus grappig en droevig tegelijk is, maakt Giphart van een zwaar onderwerp een boek waar je om lacht en bij slikt, iets emotioneler en dichter bij huis.
Dichter Menno van der Staak is een week te gast op een internationaal poëziefestival en moet zich daar zien te redden. Net als Merlijn in Zweden levert dat vooral droog grappige scènes op, met een hoofdpersoon die zichzelf niet al te serieus kan nemen.
Net als Magnus volgt dit boek een man die halsoverkop wegloopt uit zijn eigen bestaan, hier op een warme dag, weg van vrouw en kantoor. Van Keulen houdt het tempo lager dan Lubach, maar de humor is net zo droog.
Brooke, een jonge laagbegaafde vrouw uit Amsterdam-Noord, is gek op Céline Dion, en die liefde stuurt het verhaal. Hanna Bervoets schrijft net als Lubach toegankelijk en grappig over iemand die kwetsbaarder is dan ze lijkt.
Iedereen kent Samuel Green, al weet niemand meer precies waarvan: een man met een wazig verleden, zoals Merlijn stukken van zijn eigen recente tijd kwijt is. Vuijsje schrijft vlot en met humor, net wat schuurender dan Lubach.