Mizee stuurde in werkelijkheid jarenlang faxen aan haar scenariodocent, en De kennismaking bundelt die. Wie na deze roman wil weten waar de briefvorm vandaan komt, leest hier dezelfde ironische stem zonder romanvorm.
Gedeeld: met humor, korte hoofdstukken, literair, psychologisch, emotioneel en spanning
De heldin van Mizee weigert werk omdat ze een hogere roeping heeft, en Ignatius J. Reilly denkt er in New Orleans precies zo over. John Kennedy Toole maakt er een uitbundige klucht van, Mizee een droog ironische; beide lachen om iemand die zichzelf heilig serieus neemt.
Een jonge Nederlander die zijn dagen vult met niets en daar heel scherp over is: Frits van Egters bij Reve is een verre voorloper van de heldin van Mizee. Somberder en uit 1946, maar met dezelfde ironie over leegte en familie.
Een jonge vrouw met artistieke ambities die haar leven niet op orde krijgt: Lilly bij Désanne van Brederode tekent strips, de heldin van Mizee wil scenario's schrijven. Allebei geestig en een tikje wanhopig.
Een ik-figuur die tegen een instantie in opstand komt: Mizee laat haar heldin botsen met de Sociale Dienst, Jeroen Brouwers zijn Busken met een psychiatrische inrichting. Brouwers is bitterder, maar de ironie over regels en betutteling is verwant.
Eus past nergens, net als de heldin van Mizee die zich door geen werkgever laat vangen. Özcan Akyol schrijft rauwer en sneller, maar ook hier lach je om een buitenstaander die het systeem tart.
Robert Mehlman wil zijn leven regisseren als een film, de heldin van Mizee volgt alleen haar eigen roeping: Arnon Grunberg en Mizee lachen allebei om mensen met grote plannen en weinig grip. Grunberg is grimmiger en reist verder.
Esther Gerritsen schrijft net als Mizee droog en ongemakkelijk eerlijk over een jonge vrouw die niet past in wat anderen van haar verwachten. Korter en kaler, met een moeder-dochterband in plaats van de Sociale Dienst.
Pol Verholst houdt van woorden en is bang voor de post, de heldin van Mizee schrijft juist alles in faxen. Dimitri Verhulst maakt er een geestige roman over taal en een eigenaardige jongen van, net zo ironisch.
Abdelkader Benali debuteerde net als Mizee met een kort, ironisch boek dat lacht om families en regels. Een bruidegom die verdwijnt in plaats van een consulent die zeurt, maar dezelfde frisse, eigenzinnige stem.
Arjen Lubach volgt een jonge Amsterdammer die vastloopt en dan op een vreemde zoektocht gaat, met dezelfde humor over een leven zonder richting. Lichter dan Mizee, maar net zo geestig over twijfel.
Willem Frederik Hermans laat net als Mizee een eigenwijze hoofdpersoon in alle ernst een eigen plan najagen. Een korte, droog-komische roman, voor wie de ironie van Voor God en de sociale dienst wil doortrekken.