Bomans en Koch nemen allebei het gezag op de hak met een hoofdpersoon die zijn eigen rol veel te serieus neemt. Een minister in plaats van een koning, maar dezelfde Nederlandse traditie van spot met hoogwaardigheidsbekleders.
Waar Koch het koningshuis van binnenuit bekijkt, verbeeldt Van Dis een land dat zijn vorstenhuis al kwijt is. Twee satires op Nederland als staat: de ene intiem en gênant, de andere breed en grimmig.
Verhulst laat België zich opmaken voor een onmogelijk bezoek en toont zo een land dat zijn houvast zoekt. Net als Het Koninklijk Huis een korte satire waarin een nationaal gebeuren het moderne bestaan genadeloos doorlicht.
Banks bekijkt macht die eeuwenlang van hand tot hand gaat, in een geheimzinnig bedrijf in plaats van een vorstenhuis. Net als Koch speelt hij met de vraag wat zo een oud instituut in de moderne tijd nog voorstelt, met droge humor en een vleugje spanning.
Nog een Koch met hetzelfde knipoogje naar Nederlandse bekendheden: hier een man die zichzelf terugvindt in de roman van een oude vriendin. Kleiner van schaal dan het paleis, maar net zo raak over ijdelheid en status.
Een rijk dat uit elkaar valt, gezien door een Nederlander die er beter van wil worden: Waterdrinker deelt de spottende blik van Koch op instituten in verval. Rauwer en avontuurlijker, in het Moskou van de vroege jaren negentig.
Van der Meer verplaatst haar satire naar een nabije toekomst waarin zorg en sterven strak geregeld zijn. Net als bij Koch lach je eerst en schrik je daarna van hoe herkenbaar het Nederland in het boek is.
Mizee laat een eigenzinnige jonge vrouw botsen met de bureaucratie, zoals Koch een vorst laat schuren tegen zijn eigen instituut. Kleiner en persoonlijker, met dezelfde laconieke humor over Nederlandse gezagsverhoudingen.
Siebelink zet een hele school neer in losse, samenhangende verhalen, zoals Koch zijn paleis in tien afleveringen opdient. Minder politieke satire, meer milde spot met leraren en leerlingen.
Korte verhalen uit Moskou vlak na het communisme, vol figuren die zich aanpassen aan een systeem dat ineens wegvalt. Wie bij Koch genoot van een instituut op zoek naar zijn bestaansrecht, vindt hier dezelfde ironie in kort formaat.
Na het ironische vorstenportret van Koch is de klassieker van Toole een uitbundiger komedie over een man die niet in zijn eigen tijd past. Grover van humor, maar net zo raak over iemand die vastzit in een rol die de wereld niet meer wil.