Waar de verteller in Zonder titel Zivan mist die naar haar geboorteland terugging, moet Luuk in Gebr. verder zonder zijn broer Marius. Ted van Lieshout schrijft net zo persoonlijk en literair over een gemis dat je niet met woorden kunt vullen.
Sassens verteller praat in zijn schetsboek tegen een meisje dat zijn kijk op alles veranderde. John Greens debuut gaat over net zo'n vriendschap: een jongen die zijn leven omgooit om dichter bij het grote leven te komen, en bij haar.
De band tussen de verteller en Zivan is zo hecht dat haar vertrek alles op zijn kop zet. Edward van de Vendel schrijft over een vriendschap tussen twee jongens die net zo vanzelfsprekend lijkt, in het hoge noorden, gevoelig en zonder grote woorden.
Zonder titel zegt veel met weinig woorden en laat de tekeningen de rest doen. Bart Moeyaert werkt net zo zuinig in deze korte roman over twee vrienden op de laatste dag van het jaar, waarin spanning en tederheid door elkaar lopen.
Na Zonder titel nog een Sassen met een verteller die veel voor zichzelf houdt: in de vijfde loopt school vast en over de liefde vertelt de ik-figuur niemand iets. Minder beeld, meer tekst, met dezelfde eerlijke en kwetsbare stem.
Sassens verteller blijft achter met vragen die niemand hem beantwoordt. Anne Provoost laat in In de zon kijken een meisje zich afvragen wat de volwassenen om haar heen bezighoudt, met lange stiltes en een verstilde, literaire toon.
Zivan gaat terug naar haar land, en Pieter wil na zijn eindexamen de wereld zien. Gideon Samson schrijft over vertrekken en wat je achterlaat, net zo emotioneel en langzaam opbouwend als Sassens brief aan een vriendin die weg is.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en literair
In Zonder titel draait het om een meisje dat tussen twee landen leeft; bij Gudrun Pausewang trekt de dertienjarige Noris Luna naar de grote stad Providencia. Een verhaal over ontheemd raken, iets harder dan Sassen en net zo betrokken.
Sassen vangt in tekeningen en korte zinnen wat er tussen twee jongeren was; Moeyaert doet dat in Kus me met vier tieners op een warme middag bij een meer. Allebei kort, literair en vol dingen die niet hardop gezegd worden.
De verteller van Zonder titel praat tegen iemand die er niet meer is; Alex rent in De engel Yannick weg van een thuis dat hem niet geeft wat hij nodig heeft. Do van Ranst schrijft net zo beeldend en kort, met veel ruimte tussen de regels.
Zivan keert terug naar het land dat ze ontvluchtte; in De naam van mijn vader reist Klaus Mann in 1945 voor het eerst in jaren terug naar Duitsland. Rindert Kromhout schrijft voor oudere jongeren over thuiskomen in een land dat niet meer van jou is.
Sassens boek ziet eruit als een schetsboek en laat veel tussen de regels; Dun! van Do van Ranst is net zo kort en scherp, over Fee die zich wil volproppen om nooit meer mager te zijn. Literair jeugdproza voor lezers vanaf vijftien.