Net als Amber in Soms lieg ik kan Christine niet varen op wat ze zich herinnert, en moet ze haar eigen verleden stukje bij beetje terugvinden. Geen ziekenhuisbed maar een geheugen dat elke nacht wist, met dezelfde vraag wie om haar heen de waarheid spreekt.
Waar Amber niet kan praten, wil Alicia het niet: ook hier draait alles om een vrouw die zwijgt en een omgeving die invult wat er gebeurd is. Michaelides schrijft kaler en klinischer, met een therapeut als tweede stem naast haar dagboek.
Hawkins geeft je net als Feeney een vertelster met gaten in haar geheugen, die moet reconstrueren wat er op die ene avond gebeurde. Minder opgesloten in één kamer, meer Londense voorstad, met dezelfde wisseling tussen vroeger en nu.
Hoover zet net als Feeney een vrouw centraal die niets meer kan zeggen, terwijl een ander haar verhaal invult via een gevonden manuscript. Grimmiger van toon, met een groot afgelegen huis als decor in plaats van een ziekenhuisgang.
Alice verliest uren, Amber een hele week: in beide boeken reconstrueert een vrouw wat er met haar gebeurd is terwijl ze haar eigen hoofd niet kan vertrouwen. Thilliez maakt er een Franse puzzel van met meer psychiatrie en meer dwaalsporen.
Wie bij Soms lieg ik genoot van een hoofdpersoon die niet zeker weet wat ze zelf gedaan heeft, vindt dat in Sophie terug. Lemaitre bouwt het op in delen die van perspectief wisselen en is een stuk wreder dan Feeney.
Ook bij Fitzek zit een vrouw gevangen in haar eigen angst, al is het hier een huis in Berlijn in plaats van een ziekenhuisbed. Emma twijfelt net als Amber steeds aan wat ze zelf meemaakte, in korte hoofdstukken met veel vaart.
De krijtman wisselt net als Soms lieg ik voortdurend tussen toen en nu, en laat een volwassene puzzelen over wat er vroeger echt gebeurde. Tudor zet het in een Engels stadje met een jeugdvriendenclub, met meer griezelsfeer.
Een tweede Feeney, en weer een huwelijk dat van binnenuit wordt opengebroken met tijdsprongen en stemmen die elkaar tegenspreken. Een winters weekend weg vervangt hier de ziekenhuiskamer, de opbouw is net zo sluw.
Waar Feeney je laat twijfelen aan Amber, laat McFadden je twijfelen aan iedereen onder één rijk dak. Simpeler geschreven en sneller, met dezelfde lol in het omdraaien van je verwachtingen halverwege.
Net als Soms lieg ik gaat dit over een relatie waarin het verleden blijft terugkomen en niemand helemaal eerlijk is. B.A. Paris vertelt via Finn in twee tijdlagen en houdt het huiselijker dan Feeney.
Ook Nora wordt wakker in een ziekenhuis zonder te weten hoe ze daar kwam, en moet terugdenken naar de dagen ervoor. Ruth Ware zet het neer in een glazen huis in het bos, met een vriendinnengroep in plaats van een huwelijk.