Professor Maxwell hoort dat hij officieel dood is; bij Adams verliest de hoofdpersoon op één ochtend eerst zijn huis en dan zijn hele planeet. Beide boeken nemen kosmische chaos laconiek op, al is Adams scherper en Simak gemoedelijker.
Een man die door de tijd op de verkeerde plek is beland, en een heelal dat daar weinig om geeft: het derde deel van Adams' reeks ligt dicht bij de droogkomische toon van Het kabouterreservaat. Lees wel eerst het eerste deel.
Bij Simak wonen kabouters en trollen gewoon naast mensen; bij Pratchett roept een tienerhacker een demon op en krijgt hij een tovenaar. Korter en sneller dan Het kabouterreservaat, met dezelfde lol in mythische wezens die zich heel gewoon gedragen.
Pratchetts krantenroman draait net als Het kabouterreservaat om wie welke kennis in handen krijgt, met een held die er tegen wil en dank in belandt. Meer satire op de pers, geen ruimtevaart, en net zo goedmoedig.
Waar Maxwell ontdekt dat de administratie hem al heeft afgeschreven, vecht de held van Kling tegen systemen die alles beter menen te weten. Beide boeken lachen om bureaucratie; Kling is bijtender en speelt in een nabije toekomst.
Tijdreizen, dubbelgangers en iemand die met de geschiedenis knoeit: Harrisons charmante boef zit in hetzelfde soort draaikolk als Simaks professor. Sneller en brutaler, met meer achtervolgingen en minder bespiegeling.
Net als Simak gebruikten Pohl en Kornbluth sciencefiction om met een knipoog naar de eigen tijd te kijken. Hier is het doelwit reclame in plaats van kennis, en de toon is wat scherper dan in Het kabouterreservaat.
Wie bij Simak de neanderthaler en de trollen grappig vond, krijgt bij Dinniman een veel wildere mix van wezens, met een kat als maatje. Harder en sneller dan Het kabouterreservaat, maar met dezelfde droge humor als het misgaat.
Bij Ilona Andrews ligt een magisch land pal naast het gewone Amerika, zoals bij Simak trollen en kabouters gewoon bij de aarde horen. Meer romantiek en actie, minder professorale ideeën, maar dezelfde luchtige toon.
Kenner zet een gezinsleven vol schoolritjes naast een geheim verleden vol monsters, zoals Simak een professor laat struikelen over zijn eigen overlijdensbericht. Allebei halen ze grappen uit het bovennatuurlijke dat het dagelijks leven binnenloopt.
Peter Schaap doet in het klein wat Simak in het groot doet: magie die gewoon tussen de mensen woont, met droge humor verteld. Een Waddeneiland in plaats van een aarde vol buitenaardse kennis, en net zo knus.
Een tweede Simak met dezelfde vrolijke premisse: wezens uit verhalen staan ineens in het echt voor je neus. Ook hier een wat verstrooide held, en een rustige vertelling die vooral nieuwsgierig wil maken.