Harry Dresden heeft dezelfde droge, sarcastische stem als Carl en moet zich net zo vaak met grappen en geïmproviseerde trucs uit de nesten werken. Geen kerker maar Chicago, met een tovenaar die privédetective is en een moordzaak oplost die met magie is gepleegd.
Peter Grant vertelt met dezelfde laconieke humor als Carl over dingen die eigenlijk doodeng zijn. In plaats van een kerker vol monsters krijg je Londen met riviergoden en geesten, en een agent die naast het politiewerk ook tovenaarsleerling wordt.
Wie bij Carl vooral geniet van het slim omzeilen van de regels, zit goed bij Locke Lamora, een oplichter die met zijn bende de rijken van Camorr te slim af is. Scherpe dialogen en veel lol tussen de bendeleden, al is het decor een stad vol kanalen in plaats van een spelshow.
Na de quests in de kerker van Dinniman zijn de verhalen over de hekser een logische stap: korte opdrachten waarin het monster vaak minder kwaad is dan de klant. Sapkowski draait bekende sprookjes om en is somberder dan Carl, maar net zo spottend.
Richard Mayhew valt net als Carl uit zijn gewone leven in een verborgen wereld met vreemde regels, in dit geval een Londen onder de stad waar oude plaatsnamen letterlijk worden. Neil Gaiman is ironisch en speels, met een kantoorman die zich vooral verbaast.
Een moeder die vroeger demonen joeg en dat nu tussen schoolritjes en etentjes weer moet doen: de humor zit net als bij Carl in het botsen van het alledaagse met het monsterlijke. Lichter en huiselijker, met korte gevechten en een snel tempo.
Joe Abercrombie heeft dezelfde zwarte humor als Dinniman, vooral in de hoofdstukken van de folteraar Glokta, wiens cynische gedachten je hardop laten lachen. Grimmiger en minder absurd dan de kerker, maar met personages die hun eigen ellende met spot te lijf gaan.
Rachel Morgan zegt haar baan op en moet met een vampier en een eigenwijze pixie als partners overleven, een rommelige ploeg die doet denken aan Carl en Donut. Cincinnati na een virusramp is minder spelshow, maar de toon is net zo luchtig en het tempo net zo hoog.
Voor wie de groepsdynamiek het leukst vindt: Garion reist met een bonte ploeg die elkaar voortdurend plaagt, onder leiding van een oude tovenaar en een strenge tante. David Eddings is klassieker en braver dan Dinniman, maar even makkelijk te lezen.
Mia leert op een school voor moordenaars waar elke les dodelijk kan zijn, met een verteller die net zo spottend commentaar geeft als de stem van de kerker. Jay Kristoff gebruikt grappige voetnoten, maar zijn wereld is somberder en bloediger dan die van Dinniman.
Hier is het monsterlijke een vampiergezin dat doet alsof het heel gewoon in een Engels dorp woont. Matt Haig speelt met hetzelfde contrast tussen sleur en bovennatuurlijke ellende als Dinniman, al gaat het veel meer over familie dan over actie.
Rose verdedigt haar broertjes in een strook land tussen een gewone en een magische wereld, en de onderlinge plaagstoten doen denken aan de band tussen Carl en Donut. Romantischer en minder bloederig, met magie die als een soort vechtkunst werkt.