Lems held dwaalt door een ondergronds Pentagon waar niemand hem iets uitlegt; Brouwers' E. Busken zit vastgegord in een rolstoel op een gesloten afdeling, tegen zijn wil. Somberder en Nederlandser, maar net zo kafkaësk in zijn opsluiting.
Een systeem dat zichzelf in stand houdt met achterdocht en regels: bij Bradbury verbrandt brandweerman Guy Montag boeken. Minder grappig dan Lem, wel net zo scherp over een staat die het denken wil beheersen.
Lem schreef een satire waarin alles en iedereen verdacht is; Toole schreef er een over één man die alles en iedereen veracht. Uitbundiger, warmer en veel luidruchtiger dan de kille gangen van het ondergrondse Pentagon.
Lem bespot de koude oorlog, Van Dis een Nederland dat een republiek is geworden, na het verjagen van de Oranjes en een orkaan. Een satire op macht en paranoia dichter bij huis, met eenzelfde wrange humor.
In Lems ondergrondse doolhof wordt de werkelijkheid steeds onzekerder, en bij Murakami verdwijnt in het titelverhaal zomaar een olifant. Lichter en dromeriger, in een bundel die Murakami zelf samenstelde.
De man in het dagboek zoekt houvast in een wereld die steeds absurder wordt; Murakami's zes verhalen spelen in de weken na de aardbeving van Kobe in 1995, als ook het gewone leven verschuift. Zachter dan Lem, met dezelfde vervreemding.
Ook Bervoets sluit haar personages op en laat de werkelijkheid buiten vervagen, zoals Lem zijn held in een ondergronds gebouw laat ronddolen. Een korte, moderne roman over een groep mensen die het overzicht kwijtraakt.
Lems hoofdpersoon raakt verstrikt in een systeem dat hij niet doorziet, en Grunbergs Sam, een Zwitserse architect met Indiase wortels, belandt in opdrachten die hem steeds verder van zijn zekerheden brengen. Droog, absurd en net zo ongemakkelijk.
Lems hoofdpersoon zoekt zijn opdracht, Hermans' geoloog zoekt bewijs, en allebei lopen ze vast in een wereld die niet meewerkt. Hermans is minder satirisch en meer tragikomisch, maar de absurde logica voelt verwant.
Hermans heeft dezelfde voorliefde voor absurde tochten als Lem: hier rijdt Homme in zijn Jaguar E-type naar Turkije om de auto voor veel geld te verkopen. Een kort, droog-komisch boek, minder benauwend maar net zo spottend.
Haasse laat een mislukte schrijver, zijn rusteloze vrouw en drie onderhuurders samenwonen in een groot huis in een park. Een vreemde, ironische roman die net als Lem een kleine wereld tot iets bevreemdends maakt.
Het dagboek in de badkuip is een nachtmerrie in kantoortaal; Siebelink schrijft zijn nachtmerries juist vanuit het lichaam, in vijf benauwde verhalen. Ernstiger dan Lem, maar met dezelfde paniek van iemand die geen uitweg ziet.