De generaals laat zien wat oorlog en macht met gewone mensen doen. Arturo Pérez-Reverte stelt die vraag via een oud-oorlogsfotograaf in een wachttoren, net zo traag en filosofisch als Wahlöö in zijn politieke romans.
Wahlöö vraagt in De generaals wie er schuld draagt als een regime zijn zondebok kiest. Bob Mendes laat een kunstschilder worstelen met zijn eigen rol in Sabra en Sjatila, even beklemmend en literair.
Het denkbeeldige eiland van De generaals is een land dat net niet bestaat. Iain M. Banks bouwt in De brug ook een vreemde, absurde wereld, met een hoofdpersoon die gevangenzit in een systeem dat hij niet begrijpt.
Een showproces en een hersenspoeling: De generaals gaat over hoe een regime mensen kapotmaakt. Mariana Enríquez schrijft vanuit een Argentinië dat dat zelf meemaakte, in duistere verhalen waarin het verleden blijft spoken.
Wie de koude, onheilspellende sfeer van De generaals zoekt, vindt die ook bij Mariana Enríquez. Haar Argentijnse verhalen spelen in de schaduw van verdwijningen en onderdrukking, met een griezelige rand die Wahlöö mist.
Per Wahlöö schreef De generaals als moreel experiment over goed en kwaad onder druk. Paulo Coelho stelt dezelfde vraag in een vergeten bergdorp, eenvoudiger verteld en met meer hoop dan bij de Zweed.
In De generaals breekt een systeem één man om er een symbool van te maken. Jan Siebelink zet een jonge leraar neer in een benauwende kleine gemeenschap, ingetogen en drukkend, met dezelfde sobere stijl.
Wahlöö laat de spanning in De generaals langzaam opbouwen tot iets onontkoombaars. Lize Spit doet dat in een Vlaams dorp, waar een vrouw met een blok ijs terugkeert naar haar jeugd, net zo beklemmend en literair.
Een gesloten wereld waar de regels niet deugen, dat is het eiland van De generaals. Johan Theorin schrijft over een kleuterschool naast een zwaarbewaakte kliniek, met dezelfde onderhuidse dreiging van een instituut.
De generaals volgt een man die door anderen wordt herschreven tot iets wat hij niet is. Patricia Highsmith keert dat om: Tom Ripley herschrijft zichzelf, en de spanning ontstaat net zo langzaam en kil.
Wahlöö laat zien hoe snel een mens kan vallen als het systeem zich tegen hem keert. Lieneke Dijkzeul toont een man die alles lijkt te hebben en merkt hoe dun dat laagje is, psychologisch scherp en even ongemakkelijk om te lezen.
Tana French schrijft literaire spanning waarin identiteit en schuld door elkaar lopen. Wie De generaals las om de vraag wie iemand wordt als anderen zijn verhaal bepalen, zit bij haar tweede Dublin-boek goed.