Prinses Super en Pietje Prinses zijn allebei prinsessen die weigeren lief en braaf te zijn. Mirjam Mous stuurt haar heldin met een vliegende koffer op reis, Sanne Rooseboom de hare naar een chagrijnig buurland, en in beide boeken lach je om een koppige hoofdpersoon.
Een sprookje dat net anders loopt dan je verwacht: Lindsey Kelk zet Aster in een roze huisje vol klusjes, Rooseboom zet een mopperprinses in een land waar iedereen zingt. Allebei grappig en snel, met een heldin die zich niets laat wijsmaken.
Prinses Super past niet in het altijd vrolijke Jippie, en zebra Ayla past niet in een verkiezing voor eenhoorns. Edward van de Vendel maakt er een kort, kleurrijk voorleesverhaal van over anders zijn, met dezelfde knipoog als Rooseboom.
Loes wil geen heks genoemd worden en Prinses Super heeft geen zin om te lachen: twee meisjes die dwarsliggen tegen wat anderen van hen vinden. Erna Sassen schrijft droog en kort, fijn om voor te lezen na Jippie!.
Waar Rooseboom een humeurige prinses op avontuur stuurt, laat Cornelia Funke een bang jongetje een spook in zijn kelder vinden. Beide boeken zijn grappig, vlot en geschikt om samen te lezen, met een hoofdpersoon die je meteen voor je ziet.
De Boeboeks van Marc de Bel leven in hun eigen bos zoals de inwoners van Jippie in hun zingende land. De Bel is wat ondeugender, Rooseboom wat sprookjesachtiger, maar allebei hebben ze die vrolijke, gekke humor voor jonge lezers.
Elfhelm bij Matt Haig is net zo'n vrolijk sprookjesland als Jippie, en ook daar wordt een meisje groot dat er niet helemaal in past. Haig schrijft langer en voor wat oudere lezers, maar de humor en het warme gezin zijn herkenbaar.
Na de prinses die niet wil lachen past een tovenaartje dat niet goed kan toveren. Annie M.G. Schmidt schreef met Wiplala een klassieker vol droge grappen, ouder van toon dan Rooseboom maar net zo fijn om op schoot voor te lezen.
Prinses Super heeft een humeur waar niemand omheen kan, en Sas heeft een pluk haar met een eigen naam. Bies van Ede maakt van zo'n klein ongemak een heel grappig verhaal, net zo geschikt om voor te lezen als het sprookje van Rooseboom.
Wilma Geldof laat een dokter twijfelen in een wachtkamer vol dieren met het verkeerde geluid, een omgekeerde wereld zoals het zingende Jippie naast het mopperende Grom. Kort, knus en vol taalgrapjes om samen hardop te lezen.
Prinses Super trekt eigenwijs het buurland in, en Lilli en Rosanna doen bij Cornelia Funke midden in de nacht een heksenritueel. Allebei korte, knusse verhalen met meisjes die hun eigen plan trekken, en een flinke dosis humor voor jonge lezers.
Rindert Kromhout schrijft over twee verlegen buren, Rooseboom over een prinses die nergens zin in heeft: heel verschillende hoofdpersonen in korte, warme voorleesverhalen. Kromhout is rustiger, maar de droge humor ligt dicht bij Jippie!.