De Bosduivels zijn een geheim clubje met een missie, en zo'n geheime organisatie is er bij Rooseboom ook, alleen draait die op brieven en stempels. Het boek past bij kinderen die van plannen smeden houden, met gekke bedenksels en een stevige vriendschap.
De Bende van de Bosduivels gaat over een meisje dat liever geen heks heet, terwijl Lilli bij Funke juist niets liever wil. Toch lijken ze op elkaar: twee vrienden, een geheim talent en een volwassene die meer weet; grappig en snel.
Romeo wordt in de Bende opgenomen, en Dina moet in haar nieuwe woonplaats zelf aansluiting vinden bij leeftijdgenoten. Van Ranst bundelt vier losse verhalen over haar en haar toneeltalent; vlot, Vlaams en met een heldin die graag op de voorgrond staat.
Jur wil dolgraag leren toveren, en bij de familie Blom woont ineens een mannetje dat het al kan, al gaat het vaak mis. Annie M.G. Schmidt laat een gezin met toverkunst rommelen, net zo knus als de club van Loes en haar vrienden.
De Bosduivels oefenen in het bos met hun toverkunsten, en een Duitse schooljongen moet bij Funke echte bovennatuur te lijf, gewapend met tips van een expert. Snel uit, griezelig op een vrolijke manier, en het eerste van een reeks spokenavonturen.
Een club waar je vrienden bij vraagt, zoals Romeo bij de Bende: Rindert Kromhout schrijft over buren Piet en Riet die vrienden willen worden maar niet durven. Een kort, warm verhaal over vriendschap sluiten, zonder toverij.
Verlepte plantjes tot leven wekken is al gek, maar bij Bomans wordt het nog dwazer: een goedhartige oude man en zijn vriendin belanden in de malste toestanden. Een ouderwetse voorleesklassieker vol onzin, net zo eigenwijs als Loes.
Het scheldwoord dat Loes zo haat, achtervolgt ook de heldin van Kelk, die daarom van huis moet. Onderweg krijgt ze gezelschap van een hond die terugpraat en loopt ze tegen allerlei sprookjesfiguren aan; vrolijk, snel en vol gekke dialogen.
Een bosbende van kinderen heeft iets weg van de Boeboeks, half dier en half mens, die bij Marc de Bel hun eigen woud bewonen. De Vlaamse schrijver speelt graag met taal, dus verwacht verzonnen woorden, een plakkerige spin en een avontuur onder de bomen.
Wie houdt van een groep vrienden met een eigen soort magie, vindt bij Matt Haig een meisje dat opgroeit tussen elfen in Elfhelm. Grappig, warm en met veel zijsprongen; een fijne keuze als je na de Bende iets langers wilt lezen.
Loes wil niet in een hokje gestopt worden, en zebra Ayla ook niet als ze bij een eenhoornverkiezing wordt geweigerd. Edward van de Vendel vertelt het met dezelfde humor en hetzelfde eigenwijze karakter als Erna Sassen.
Voor iets jongere lezers die de Bosduivels leuk vinden: een prinsesje dat liever avontuur zoekt dan op een kussen zit, met een zus die meegaat op reis. Mous schrijft in korte, overzichtelijke stukken, fijn om zelf mee te oefenen.