Een spook dat eigenlijk best meevalt, en een kind dat zijn angst overwint: De spokenjagers en Mijn spook en ik zijn familie van elkaar. Edward van de Vendel schrijft het knusser en korter, mooi voor wie nog een beetje bang is in het donker.
Bij Tom duikt een spook op in de kelder, bij de familie Blom een piepklein mannetje dat kan tinkelen. Annie M.G. Schmidt maakt er net als Funke een grappig verhaal van over een vreemde gast die het gezin op zijn kop zet.
Nog meer van Cornelia Funke in dezelfde vrolijke toon: twee vriendinnen proberen heks te worden en halen zich daarmee van alles op de hals. Net zo grappig als De spokenjagers, met magie in plaats van slijm.
Tom heeft een oma die hem gelooft, Loes een vriend die al haar proefjes moet ondergaan. Erna Sassen schrijft net zo droog-grappig als Funke, met toverdrankjes die vaker misgaan dan lukken.
Wie na De spokenjagers nog meer spoken wil, maar dan iets spannender, vindt bij Schwab een meisje met een geest als beste vriend. Grappig en griezelig tegelijk, met een echte reis door een oude stad.
Matt Haig schrijft net zo vrolijk als Funke over een kind dat moet helpen als de magie bijna op is. Een kerstverhaal in plaats van een spookverhaal, met dezelfde humor en een flinke dosis gekte.
Kleine wezentjes die bij kinderen horen en die verder iedereen over het hoofd ziet: de Gorgels van Jochem Myjer passen naast Hugo het spook. Ook hier een avontuur met veel lachen, nu in de Alpen.
Lindsey Kelk heeft dezelfde gekke humor als Funke, met een meisje dat wil ontsnappen aan klusjes en stiefzussen en in een magisch avontuur belandt. Sprookjesachtiger dan De spokenjagers, maar net zo grappig.
Bij Mirjam Mous belanden twee zussen via een vliegende koffer bij wezens die niet zouden moeten bestaan, zoals Tom ineens een spook in huis heeft. Kort en vrolijk, mooi voor beginnende lezers.
Hugo is een spook dat niet eng genoeg is, Ayla een zebra die geen paard is: allebei passen ze niet in het hokje. Edward van de Vendel maakt er net als Funke een grappig verhaal van over buitenbeentjes die toch hun plek opeisen.
De Boeboeks van Marc de Bel zijn net zulke vreemde, grappige wezens als Hugo, en ook hun avonturen lopen soms gevaarlijker af dan gepland. Lekker gek en Vlaams, voor wie van De spokenjagers vooral de humor onthield.
Ook bij Sanne Rooseboom moet een lastige indringer verjaagd worden, al zijn het hier sloopridders in plaats van een spook. Vrolijk en kleurrijk, met dezelfde humor als De spokenjagers.