Easy Rawlins zoekt in Zwarte Betty een vermiste vrouw in het Los Angeles van 1961, en V.I. Warshawski graaft in Hard spel naar een zwarte man die al decennia weg is, terug naar de tijd van de burgerrechtenbeweging. Twee speurders die ras en klasse nooit buiten beeld laten.
Zowel Easy als Vic Warshawski gaan op zoek naar een vrouw die ineens weg is en die machtige mensen liever kwijt dan rijk zijn. Paretsky speelt in het hedendaagse Chicago, Mosley in de jaren zestig, maar de woede om onrecht is dezelfde.
Een privédetective in Los Angeles die voor geld een vermiste gaat zoeken en in een wespennest belandt: Zwarte Betty en Het kleine zusje volgen dat patroon. Chandler is de klassieker uit de jaren veertig, Mosley laat diezelfde stad zien door de ogen van een zwarte man.
Een speurder die voor een opdrachtgever iemand moet opsporen in een stad die nog bijkomt van zijn verleden: Easy in Los Angeles, Bernie Gunther in het München van 1949. Kerr is cynischer, Mosley warmer, maar beiden tonen hoe de geschiedenis in gewone levens doorwerkt.
Gedeeld: historische setting, spanning en verdwijning
Zwarte Betty zet een privédetective tegen een historisch decor dat even belangrijk is als de zaak, en Een Berlijnse kwestie doet dat met Berlijn in 1936. Bernie Gunther is net als Easy Rawlins een man die moet laveren tussen de machthebbers en de straat.
Varg Veum zoekt met een paar foto's naar een verdwenen zus, en Easy Rawlins heeft voor Zwarte Betty weinig meer dan een naam. Twee eenzame privédetectives met een eigen moreel kompas, de een in Bergen, de ander in Los Angeles.
Easy Rawlins worstelt met geldzorgen en zijn eigen verleden, en Brew Axbrewder heeft door de drank bijna alles verloren. Allebei nemen ze een zoektocht aan die hen dwingt naar zichzelf te kijken. Donaldson schrijft grimmiger, Mosley levendiger.
Easy Rawlins en Holly Gibney zijn allebei onwaarschijnlijke speurders die een vermiste vrouw zoeken. Stephen King maakt van Holly een eigenaardige, warme hoofdpersoon en voegt er meer duistere spanning aan toe dan Mosley.
Een vermissing die een opdracht in gang zet die steeds groter blijkt: dat is Zwarte Betty, maar ook dit tweede Holmes-avontuur. Doyle is de klassieke Victoriaanse puzzel, Mosley de rauwe Amerikaanse variant, en allebei zitten ze vol kleurrijke bijfiguren.
Gedeeld: historische setting, snel tempo en spanning
Mosley schrijft over ras en ongelijkheid in het Amerika van de jaren zestig, en Steven Saylor doet dat in het oude Rome, met slaven in opstand. Gordianus is net als Easy Rawlins een speurder van eenvoudige komaf die voor rijke opdrachtgevers werkt.
Zwarte Betty is een historische detective waarin Los Angeles bijna een personage is, en Het huis van zijde doet dat met het winterse Londen van 1890. Horowitz schrijft een nieuwe Holmes-zaak, Mosley een eigen held, maar het tijdsbeeld is in beide sterk.
Wie bij Mosley geniet van een speurder in een woelige periode, vindt bij Akoenin Fandorin in het Rusland van bomaanslagen en anarchisten. Ook hier staat een man tussen de macht en de straat, met meer vaart dan je bij een negentiende-eeuwse detective verwacht.