Verdwenen speelt in een Chicago dat net uit de lockdown komt, en Holly midden in de coronatijd: twee detectives die in een vreemde periode naar een vermiste zoeken. Stephen King is enger en psychologischer, Paretsky politieker en sneller.
Vic zoekt in Verdwenen een gewond meisje dat machtige mensen dood willen, en Easy Rawlins jaagt in Zwarte Betty op een vrouw rond wie het in rijke kringen onrustig wordt. Mosley speelt in het Los Angeles van de jaren zestig, met een even scherpe blik op ras en klasse.
Vic en Kinsey Millhone zoeken allebei een vrouw die verdwenen is, en in beide boeken blijkt dat gevaarlijker dan gedacht. Grafton is lichter en Californisch, Paretsky feller en politieker, maar beide speursters werken op eigen houtje.
Een verdwijning die ooit werd afgedaan maar nooit klopte, krijgt in J van jaloezie een staartje voor Kinsey Millhone. Wie in Verdwenen houdt van een speurster die blijft doorvragen terwijl de autoriteiten haar wegsturen, zit bij Grafton goed.
Met weinig aanknopingspunten op zoek naar een verdwenen jonge vrouw: Vic heeft in Verdwenen één gefluisterd woord, Varg Veum in Zwarte schapen een stapeltje foto's. Staalesen is Noors en weemoedig, Paretsky Amerikaans en strijdbaar.
Een vermissing die een privédetective naar de wereld van grote belangen voert: Verdwenen brengt Vic bij machthebbers in Chicago, De vrouw in de koelkast brengt Varg Veum bij de olie-industrie van Stavanger. Allebei speurders die de kleine mens tegen het grote geld verdedigen.
Vic vindt in Verdwenen een meisje dat iets gevaarlijks weet, en Brew Axbrewder raakt in De man die zijn broer doodde ook verstrikt in een vermissing. Donaldson schrijft grimmiger, met een speurder die tegen de drank vecht, terwijl Paretsky meer strijdlust heeft.
Vic struikelt tijdens het uitlaten van haar honden over een zaak, en Temperance Brennan krijgt vlak voor een vakantie een vondst op haar tafel die haar plannen omgooit. Reichs is forensischer, Paretsky meer straat, maar beide speursters bijten zich vast.
Een verdwenen meisje dat zo snel mogelijk gevonden moet worden, met gevaarlijke mensen op de achtergrond: Verdwenen en Gestolen delen die urgentie. Kim Stone is rechercheur in de Black Country, Vic privédetective in Chicago, maar beide zijn eigenwijs en snel.
Paretsky laat Vic in Verdwenen tegen de machtigen van Chicago in gaan, en Washington Poe moet in Zwarte zomer opboksen tegen een beroemde chef die hij ooit achter de tralies kreeg. Craven is Engels en grappig, met dezelfde vaart.
Bij Vic is het een gefluisterd woord, bij Montalbano een stervende meeuw: in beide boeken begint het speurwerk met een klein, verontrustend beeld. Camilleri is lichter en Siciliaans, maar ook hier verdwijnt iemand en weigert de speurder op te geven.
Wie na Verdwenen meer wil met een speurster die in een vermissing duikt, kan bij Charlotte Link terecht. Martelaar speelt in Engeland en is breder opgezet, met een rechercheteam in plaats van één eigenwijze privédetective.