Kinsey en V.I. Warshawski zijn allebei vrouwen die alleen werken en zich niet laten afschepen door een opdrachtgever die iets achterhoudt. Waar J van jaloezie draait om een verzekeringsuitkering, gaat dit eerste Warshawski-boek de wereld van Chicagose vakbonden en verzekeraars in.
Een vermiste die misschien gewoon niet gevonden wil worden: dat raadsel deelt J van jaloezie met dit detectiveverhaal van Donaldson. Brew Axbrewder is een gevallen speurder met een drankprobleem, dus rauwer en somberder dan Kinsey, maar het zoeken is net zo koppig.
Wie bij Kinsey genoot van het geld en de familiebelangen rond de zaak-Jaffe, vindt bij Francis een rijke familie waar iedereen op de erfenis loert. De verteller is hier een oud-jockey in plaats van een privédetective, maar ook hij graaft door tot hij weet wie er liegt.
Het verzekeringsgeld voor Dana Jaffe zet Kinsey aan het werk; bij King is het een moeder in de coronatijd die Holly niet met rust laat. Grafton blijft licht en ironisch, King trekt het richting horror, maar beide schrijvers geven hun speurster ruimte om te twijfelen.
Helen Walsh is net als Kinsey een vrouwelijke privédetective met een scherpe tong en weinig geld. Ook zij zoekt iemand die spoorloos is, maar Keyes mengt de zaak met familiechaos en Ierse humor, zodat je er minder detective en meer karakterroman voor terugkrijgt.
Bij Kinsey begint het met een jacht zonder eigenaar, bij Holmes met een parel die elk jaar zonder afzender binnenkomt: in beide gevallen hangt alles aan een verdwenen man. Conan Doyle is ouder en plechtiger van toon, maar net zo puzzelgericht.
In J van jaloezie draait het om de vraag of een oude zaak wel echt is afgesloten, en precies dat doet Perry Mason hier ook. Gardner schrijft bijna alleen in dialoog en eindigt in de rechtszaal, sneller en kaler dan Grafton, maar met dezelfde vlotte puzzel.
Max Winter is een Nederlandse tegenhanger van Kinsey: een oud-rechercheur die voor zichzelf begon en nu zaken aanneemt waar de politie niet aan wil. Thijssen schrijft net zo vlot en droog, alleen speelt het zich af in Amsterdam en omgeving in plaats van aan de Californische kust.
Een lichaam dat jaren zoek was, en een rijke familie die liever niet weet wat er gebeurde: dat verbindt deze Brunetti met de zaak-Jaffe. Leon neemt meer tijd voor Venetië en de Italiaanse adel, dus rustiger van tempo dan Grafton.
Wie de vraag of Wendell Jaffe nog leeft spannend vond, kan bij Strike en Robin terecht voor een veel dikkere puzzel rond identiteit en een verdwenen man. Galbraith neemt meer pagina's en meer zijpaden, maar het duo werkt net zo nuchter als Kinsey.
Vargas is luchtiger en vreemder dan Grafton: drie werkloze historici die als speurders optreden in een vervallen Parijs huis. Toch draait het, net als bij Kinsey en de zaak-Jaffe, om iemand die zomaar weg is en een omgeving die zwijgt.