Een kostbaar voorwerp waar iedereen op jaagt: in Vaarwel mijn lief is dat een jade halssnoer, bij Hammett een beeldje. Hammett schreef het eerder en kaler, Chandler beeldender, maar beide boeken draaien om wie er liegt over de waarde van iets.
Vaarwel mijn lief laat zien hoe de rijken, de politie en de onderwereld in Los Angeles in elkaar overlopen. Hammett doet dat voor een stad waar één politieke baas alles bepaalt. Hij vertelt kouder en zonder Marlowes grappen, maar de corruptie is dezelfde.
Philip Kerr schreef zijn Berlijnse detective bewust in de stijl van Chandler. Na de zoektocht naar Velma volg je Bernie Gunther door het Berlijn van 1936, met dezelfde snedige zinnen en een nog grimmiger politiek decor.
Marlowe kan in Vaarwel mijn lief een zaak niet loslaten, ook al betaalt niemand hem ervoor. Kenzie en Gennaro hebben die koppigheid ook. Dennis Lehane brengt de hardboiled toon naar het Boston van nu: duisterder, emotioneler en met een vermist kind als inzet.
Een kostbaarheid die opduikt en mensen die er alles voor over hebben: dat verbindt het jade halssnoer uit Vaarwel mijn lief met de schat bij Holmes. Die werkt met Watson en victoriaanse precisie, Marlowe alleen en met whisky, maar de jacht is even spannend.
Gedeeld: snel tempo, spanning en wie-heeft-het-gedaan
Vaarwel mijn lief draait om een zoektocht naar iemand die al jaren uit beeld is. Cormoran Strike zoekt ook een verdwenen man, in het Londen van nu. Langer en uitgebreider dan Chandler, maar met een detective die zich net zo min laat afschepen.
Moose Malloy en zijn zoektocht naar Velma maken van Vaarwel mijn lief een boek vol schurken met een hart en agenten zonder. Bavo Dhooge draait dat verder door: zijn speurder hoort zelf bij de verkeerde kant. Vlaamse noir, rauwer en bloediger dan Chandler, maar met dezelfde galgenhumor.
Een man die na jaren zijn grote liefde zoekt: zo begint Vaarwel mijn lief. Bij Arne Dahl is het een oud-rechercheur die zijn eigen partner kwijt is. Sneller en moderner geschreven, met een Zweedse kilte in plaats van Californische hitte.
Na de rauwe bars van Vaarwel mijn lief is dit een Engels tegenwicht uit dezelfde tijd. Margery Allingham laat Albert Campion een raadsel oplossen in een deftige uitgeverij: beschaafder dan Chandler, met net zoveel ironie.
Gedeeld: literair, spanning en wie-heeft-het-gedaan
Marlowe neemt in Vaarwel mijn lief twee zaken tegelijk aan en houdt ze allebei vast, hoe gevaarlijk het ook wordt. Harry Hole is net zo koppig en net zo eenzaam. Dodelijk patroon is een moderner en harder politieverhaal, maar de melancholie voelt vertrouwd.
Hou je van de droge stem van Marlowe in Vaarwel mijn lief, probeer dan Felix Thijssen. Max Winter heeft de politie verlaten en werkt als privédetective, met een vergelijkbaar gevoel voor humor. Hollandser en minder zwart, maar wel echt een eenling.
Vaarwel mijn lief laat zien dat Marlowe zich nergens thuis voelt, niet bij de politie en niet bij de boeven. Ook de dichter bij Chesterton zit tussen twee werelden in. Speelser en vreemder, maar het spel met identiteit en loyaliteit is verwant.