In Slachthuis duikt het handelsmerk van een oude, vrijgelaten moordenaar weer op, en in Erfelijk belast leidt een nieuwe zaak terug naar een reeks moorden van lang geleden. Billingham laat Tom Thorne net zo vasthoudend graven als Logan McRae, met minder galgenhumor.
Een vondst in de haven zet Slachthuis in gang, en ook Zwarte hoek van Patricia Cornwell begint bij een schip met een onbekende dode. Kay Scarpetta pakt het forensisch en Amerikaans aan, Logan McRae met Aberdeense bluf.
Als in Slachthuis collega's van het oude rechercheteam verdwijnen, wordt het voor Logan persoonlijk. Craven doet in zijn eerste Poe-boek iets vergelijkbaars: de zaak draait al snel om de rechercheur zelf, en de grappen tussen de gruwel door zijn even Brits.
In Slachthuis gaat het om een plek vol menselijke resten, en Peter May opent De moordkamer met een vergelijkbare vondst in Shanghai. Li Yan en Margaret Campbell vormen een minder grappig duo dan Logan en Steel, maar het onderzoek is net zo grimmig.
Ook Lincoln Rhyme jaagt in Tot op het bot op een dader die de politie uitdaagt met aanwijzingen, zoals de moordenaar in Slachthuis met de recherche speelt. Jeffery Deaver is technischer en strakker, MacBride rauwer en grappiger.
Slachthuis zit vol lugubere forensische details, en Angela Marsons zet Kim Stone in Schijndood op een terrein waar wetenschappers lichamen laten ontbinden. Een Engelse rechercheur met een even scherpe tong als Logan, in een minder kille omgeving.
Harry Hole is in zijn eerste zaak net zo'n buitenstaander als Logan McRae binnen zijn team: hij vliegt naar Sydney om mee te kijken. Nesbø schrijft hier al de mix van humor en zwartheid die Slachthuis ook heeft, onder een heel andere zon.
Isa Maron doet voor Amsterdam-Noord wat Stuart MacBride voor Aberdeen doet: een rauwe stad aan het water, een rechercheteam onder druk en doden die er lelijk bij liggen. Wie Slachthuis kon verdragen, vindt hier een Nederlandse variant met dezelfde vaart.
Een oude zaak die nooit helemaal dicht was en een team dat er opnieuw in moet duiken: zo werkt Slachthuis, en zo werkt ook Moederdag van Nele Neuhaus. Het Duitse duo is beschaafder dan Logan en Steel, maar de ontdekkingen zijn net zo naar.
Slachthuis is voor stevige lezers, en Chris Carter gaat daar in Het meesterwerk nog overheen. Robert Hunter in Los Angeles is ernstiger dan Logan McRae, maar de spanning per hoofdstuk en de gruwel van de plaats delict liggen op hetzelfde niveau.
Logan McRae voelt in Slachthuis de hete adem van het verleden, en Tom Thorne heeft in Dubbelmoord ook een lastige reeks op zijn bord. Mark Billingham schrijft Londense straatpolitie, net zo vlot als MacBride en met oog voor de rafelranden van de stad.
Mensen die verdwijnen en pas veel later terugkomen als resten: dat is de nachtmerrie van Slachthuis, en ook van Al wat overblijft. Patricia Cornwell kijkt door de ogen van een patholoog, wat het boek klinischer maakt dan de rauwe Aberdeense recherche van MacBride.