Elizabeth trekt zich na een breuk terug in een groot oud huis, en Sam Laschen verhuist in Het veilige huis met haar dochtertje naar de kust van Essex. Nicci French laat net als Dunant de dreiging langzaam binnensijpelen in een plek die rust moest geven.
Schending kruipt in het hoofd van een vrouw die zich bekeken voelt; De getalenteerde meneer Ripley kruipt in het hoofd van de man die kijkt. Patricia Highsmith is de meester van dit soort langzame psychologische spanning, en met Ripley begint haar beste reeks.
Het gevoel dat iemand te dichtbij komt, zit ook in Sint-Psycho van Johan Theorin. Een jonge man gaat werken naast een gesloten inrichting, en net als bij Dunant groeit de onrust uit kleine, onverklaarbare details.
De vertaalster in Schending sluit zich op met haar werk en haar kat; de therapeute in Vredig van Camilla Grebe kiest ook voor de stilte buiten de stad. In beide boeken wordt juist die afzondering het zwakke punt, bij Grebe met een koude Scandinavische toon.
Dunant laat haar spanning groeien uit eenzaamheid en een huis vol geluiden; Belinda Bauer doet dat in Rusteloos land met een jongen die in zijn eentje op de heide van Exmoor graaft. Een donker, eigenzinnig debuut over iemand die gebukt gaat onder een verleden dat niet het zijne is.
Wie in Schending de wankele binnenwereld van Elizabeth het sterkst vond, kan door met Duivelsveer van Minette Walters. Een journaliste die iets ergs heeft meegemaakt, zoekt rust op het Engelse platteland, maar voelt zich daar allerminst veilig.
Elizabeth gaat twijfelen aan wat ze ziet en hoort, en Sophie in Bruidsjurk van Pierre Lemaitre ook: dingen raken zoek en ze weet niet meer wat ze zelf heeft gedaan. Harder en sneller dan Dunant, met dezelfde vraag of je je eigen hoofd nog kunt vertrouwen.
Dunant houdt je opgesloten in de gedachten van één vrouw in één huis. Van Gulik schreef buiten zijn Chinese detectives om iets vergelijkbaars: Een gegeven dag volgt een Amsterdamse weduwnaar wiens herinneringen hem op een winterse nacht inhalen.
Schending laat zien hoe eenzaamheid en vermoeidheid je waarneming aantasten, en Wakker van Ingrid Oonincx maakt daar het hele verhaal van. Drie mensen die al maanden nauwelijks slapen doen mee aan een proef, en de spanning zit in wat dat met hun hoofd doet.
Net als Dunant bouwt Lieneke Dijkzeul in Dagen van schaamte een psychologische thriller rond iemand wiens zorgvuldig ingerichte leven begint te scheuren. Hier is het een man met een glanzende carrière, en het verhaal blijft dicht bij hem.
Schending is een psychologisch spel waarin je lang niet weet wat er echt aan de hand is. In Witte raaf van Bram Dehouck draait het om Nick Farkas, een charmeur met een glanzend cv, en Dehouck laat je net zo lang in het ongewisse.
Dunant laat haar vertaalster wegzakken in een rauwe thriller die ze moet vertalen, en Franck Thilliez laat in De ring van Möbius een decorbouwer voor horrorfilms kwellen door nachtmerries die verdacht echt lijken. Fictie en werkelijkheid lopen in beide boeken door elkaar.