Grebe zet Siri afgezonderd in een huisje bij het water; Marelle Boersma kiest voor een moeder die met haar kleuter buiten de dorpsgemeenschap valt. Bij allebei kruipt het besef dat er iemand meekijkt traag omhoog, tot thuis geen schuilplaats meer is.
Een verlaten parkeerplaats in de zon kan net zo dreigend aanvoelen als een meer in het donker. Charlotte Link schuift de psychologie wat naar achteren en laat de onrust groeien uit stilte, afstand en het wachten zelf.
Angststoornissen, een therapeut en vrouwen die hun eigen hoofd niet meer kunnen vertrouwen: Koontz bewandelt grond die Siri als psycholoog goed kent. Hij duwt het verhaal wel een flink stuk dieper de horror in.
Een eiland voor de kust van Boston, een inrichting en een onderzoek dat al snel benauwend wordt. Net als in Vredig speelt de psychiatrie een hoofdrol en zit de spanning vooral in de sfeer; Lehane schrijft wel met meer vaart.
Slaapgebrek als bron van angst: waar Siri de lampen nooit uitdoet, schrijven drie uitgeputte mensen zich in voor een experiment. Oonincx houdt de toon Nederlands en direct, en voert de benauwdheid stap voor stap op.
Sophie ziet om zich heen mensen sterven en begint aan zichzelf te twijfelen, zoals Siri zich steeds onveiliger voelt in haar eigen leven. Pierre Lemaitre schrijft koeler en literairer, met een nog hogere psychologische druk.
Marion werkt alleen, laat niemand dichtbij en draagt iets uit haar verleden mee: een hoofdpersoon die veel op Siri lijkt. Hilde Vandermeeren schrijft wat sneller, met dezelfde spanning rond iemand die zich nergens echt veilig voelt.
Een kleuterschool pal naast een zwaarbewaakte psychiatrische kliniek: Johan Theorin kiest net als Grebe voor een Zweeds decor waarin de geestelijke gezondheidszorg centraal staat. Donker en beklemmend, in een bedachtzaam tempo.
Een jong stel betrapt na een feestje een inbreker in huis, en daarmee raakt Rudy Soetewey dezelfde angst als Vredig: iemand die te dicht bij je komt, op de plek waar je je het veiligst hoort te voelen. Korter en harder.
Sally verliest haar beschermde leven als haar rijke man haar inruilt voor een ander, en staat er dan alleen voor, net als de weduwe Siri. Mo Hayder is donkerder en rauwer dan Grebe, met veel oog voor de schaduwkant van haar personages.
Stéphane wordt elke nacht gekweld door dromen waarin hij zelf meespeelt, en de grens tussen angst en werkelijkheid vervaagt zoals in Siri's slapeloze nachten. Franck Thilliez kiest voor een ingewikkelder puzzel en een hoger tempo.
Esther Verhoef zet, net als Grebe, een gewoon leven onder druk: hier dat van verpleegkundige Helen, haar man en hun drie tieners. De psychologie weegt zwaarder dan het speurwerk, en de spanning zit in het gezin zelf.