Johan Hendriks dwaalt in Een gegeven dag een hele nacht door Amsterdam en weet steeds minder zeker wat echt is. Oonincx zet in Wakker mensen neer die door slapeloosheid hetzelfde gevoel krijgen. Moderner, maar met dezelfde verwarring tussen werkelijkheid en verbeelding.
Een man die zijn oorlogsverleden niet kwijtraakt: dat is Johan Hendriks met zijn jaren in Indië, en dat is ook de kunstschilder in Medeschuldig. Mendes maakt er een politieke thriller van, Van Gulik een nachtelijke dwaaltocht, maar het schuldgevoel weegt even zwaar.
Een gegeven dag laat je meekijken met een hoofdpersoon die niet zeker weet of hij zijn eigen indrukken kan vertrouwen. Theorin doet dat in Sint Psycho met een jonge man die zijn redenen voor een nieuwe baan voor zich houdt. Ook hier hangt het verleden als een schaduw boven alles.
Het onbehagen van Johan, die niet weet waar hij in is beland, keert terug bij Bellicher, de hoofdpersoon van Charles den Tex. Waar Van Gulik twijfelt en herinnert, zet Den Tex vol in op tempo en technologie, maar het gevoel dat iemand anders de regie heeft is hetzelfde.
Wie in Een gegeven dag het meest genoot van de dromerige twijfel van Johan, vindt bij Thilliez een hoofdpersoon die zijn nachtmerries niet meer van de werkelijkheid kan scheiden. Thilliez is harder en griezeliger, met de filmwereld als decor.
Een gegeven dag cirkelt rond een oude dood die Johan blijft achtervolgen. Ook in Achterland werkt een moord van lang geleden door in het heden, en Dahl laat dat verleden even hardnekkig opspelen. Zweedser en meer politieroman dan Van Gulik.
Johan Hendriks en Tom Ripley zijn allebei mannen die door een stad bewegen zonder ergens echt bij te horen. Highsmith kruipt nog dieper in het hoofd van haar hoofdpersoon, met een kille elegantie die mooi contrasteert met de koude Amsterdamse nacht van Van Gulik.
In Een gegeven dag vraag je je samen met Johan af wat hij zich verbeeldt; Koontz speelt in Geheugenfout met hetzelfde wantrouwen tegenover je eigen hoofd. Amerikaanser en sneller, met meer spanning dan bespiegeling.
Van Gulik schreef met Een gegeven dag een vreemd, persoonlijk boek buiten zijn Rechter Tie-reeks. Stephen King doet in De duistere kant iets verwants: een schrijver komt oog in oog te staan met wat zijn eigen werk losmaakte. Griezeliger, maar even naar binnen gekeerd.
Een man die zich steeds verder laat meezuigen in iets wat hij niet begrijpt: dat is Johan in de Amsterdamse nacht, en ook de journalist in Voorbij de zwarte lijn. Grangé is veel heftiger en reist tot in Azië; alleen voor wie tegen rauwe scènes kan.
Een gegeven dag is een korte, vreemde roman die meer met een hoofd dan met een plot speelt. Dehouck kruipt in Witte raaf in het hoofd van een man met een charmante buitenkant en een kille binnenkant. Vlaams, scherp en even psychologisch.
Achtervolgd worden door wat er eerder gebeurde: dat drijft Johan in Een gegeven dag, en het drijft ook Lis in Angst voor de nacht. Deaver is sneller en Amerikaanser, met een echte achtervolging, waar Van Gulik meer twijfel en herinnering geeft.