Sanne Rooseboom schreef ook Ravi en de laatste magie, en net als Mot staat daar een eigenzinnig meisje in een stad die net iets anders is dan de onze. Ravi is ontroerender en dichter bij huis, Mot avontuurlijker, maar de mix van humor en magie is herkenbaar.
Mot vist een duikbootje uit het kanaal, en Loor ziet bij Martha Heesen hoe haar opa in een schuur de ene vreemde machine na de andere bouwt. Allebei verhalen over uitvindingen en eigenwijze kinderen, al is Heesen rustiger en literairder.
Martha Heesen schrijft net als Rooseboom over een kind dat dwarsligt: Hans houdt veel voor zich en verzint er flink op los. Geen magie of miljardairs, wel dezelfde literaire kwaliteit en een hoofdpersoon die lang in je hoofd blijft.
Mot houdt van zwart en van oude, vergeten plekken, en Neil Gaiman laat Nim opgroeien tussen de grafstenen. Iets duisterder en spannender dan Rooseboom, maar met dezelfde sprookjesachtige sfeer en een kind dat zijn eigen weg kiest.
Mot en de punkacrobaten van De Werf vormen een eigen gemeenschap, en bij Lydia Rood leven de kinderen van Drakeneiland zonder volwassenen. Een avontuur over samen iets opbouwen en het verdedigen, net zo eigenwijs als Mot.
Rooseboom zet Mot in een wereld die net niet de onze is, en Do van Ranst laat Lisse 's nachts op pad gaan met figuren uit oude sagen. Twee eigenzinnige meisjes en een omgeving vol vreemde wezens, verteld met een literair randje.
Gideon Samson schrijft net als Rooseboom met humor over zware dingen, hier via het schrift van een meisje in een ziekenhuisbed. Minder avontuur dan Mot, wel dezelfde eigen stem en een mengeling van lachen en slikken.
Mot vindt een geheimzinnig voorwerp in het kanaal, en bij Rindert Kromhout draait alles om een eeuwenoud stenen masker. Een raadsel, een vreemde stad en kinderen die zelf op onderzoek uitgaan, net zo vlot als Mot en de metaalvissers.
Rooseboom bouwt een sprookjeswereld die op de onze lijkt, en Godfried Bomans schreef een bundel sprookjes vol koningen en tovenaars. Klassieker en korter per verhaal, maar met dezelfde mengeling van humor en vreemde magie.
Liesl en Mot zijn allebei meisjes die een beetje buiten de wereld om hen heen staan, en die een magisch avontuur beleven in een stad die net niet de onze is. Lauren Oliver is stiller en droeviger, Rooseboom eigenwijzer en grappiger.
Mot gaat op avontuur in haar oude, rommelige stad, en Cassidy ontdekt bij V.E. Schwab de spookverhalen van Edinburgh. Allebei eigenwijze meiden met een zwak voor het donkere en het oude, al is Schwab griezeliger.
Nic Blake staat bij Angie Thomas met haar eigen gaven tussen twee werelden, zoals Mot tussen haar oude stad en het avontuur van De Werf. Meer magie en tempo dan bij Rooseboom, met een even stoere heldin.