Renée twijfelt of kinderen het ooit van volwassenen kunnen winnen. Bij Sanne Rooseboom neemt een meisje, met een moeder in een rolstoel en een klein broertje, het op tegen een situatie die ze niet koos: spannend, met magie.
De Opstand draait om een plek die je niet wilt opgeven, en daar gaat het ook om bij Sanne Rooseboom. Haar heldin houdt van zwarte kleren en hangt aan haar stad met dezelfde koppigheid als de kinderen hun eiland.
De kinderen van Drakeneiland zijn net klaar met hun kabelbaan; bij Martha Heesen knutselt een opa in zijn schuur de ene gekke machine na de andere. Voor kinderen die van zelf bouwen houden, met een spannend randje.
Renée doet mee met de Opstand, maar twijfelt of ze het wel wil. Erna Sassen schrijft over een klas waar de populaire groep de toon zet, herkenbaar en grappig over meedoen omdat iedereen meedoet.
De Opstand lukt alleen als iedereen meedoet, en zo werkt het ook in het elftal uit dit boek van Hans Kuyper. Teamgeest, een gezamenlijke beloning in zicht en een vlotte toon voor jonge lezers.
Renée mist haar tweelingzus en voelt zich verscheurd. Gideon Samson schrijft over een heel andere band, tussen een woedende jongen en een vader die niet loslaat: absurd en grappig, maar met een warm hart.
Renée mist haar tweelingzus, en bij Martha Heesen mist een meisje een vriend die eigenlijk gewoon nog in de buurt is. Een klein, eerlijk verhaal over iemand kwijtraken zonder dat hij weg is.
Renée moet beslissen hoe ver ze meegaat met de rest. Do van Ranst kiest een gewone schoolklas als toneel, waar elke vrijdag een ander kind iets vertelt over wat hij of zij graag doet, vlot en met een vleugje spanning.
Wie de bende van Drakeneiland graag volgde, vindt bij Do van Ranst opnieuw een groepje vrienden dat samen optrekt, nu op school. Avontuurlijk, vlot en met een raadsel in de titel.
Weggaan of blijven, dat is de vraag op Drakeneiland. Anne Provoost draait die vraag om en schrijft een klein, dichterlijk verhaal over wie vertrekt en wie thuis achterblijft.