Aster ontdekt dat ze kan toveren, en dat haar feeënpeet Brian er weinig van bakt. Bij Erna Sassen zit de magie in een heksenclub van kinderen die uit elkaar dreigt te vallen door een verhuizing. Allebei grappig en een beetje chaotisch.
Brian zwaait in Magie om middernacht met toverkunst die nooit doet wat hij moet; Loes test haar vieze brouwsels op haar vrienden, met kale gevolgen. Erna Sassen schrijft net als Kelk voor kinderen die houden van toverij die mislukt.
Assepoester op zijn kop bij Kelk, de kerstman in nood bij Matt Haig: allebei nemen ze een bekend verhaal en maken er iets eigens van. Ook hier moet een meisje ingrijpen als de magie tekortschiet, met veel humor.
Aster leeft met een stiefmoeder die haar laat sloven; Amelia groeit juist op bij twee warme pleegouders op de Noordpool. Matt Haig gebruikt een bekend sprookjesfiguur zoals Kelk dat doet, met evenveel grappen en net wat meer gevoel.
Wie om Brian moest lachen, de feeënpeet die zijn werk maar half doet, vindt bij Pietje Prinses net zo'n vrolijke rommel. Mirjam Mous laat twee zussen in een raar avontuur belanden, kort en vlot verteld.
Assepoester met een knipoog bij Kelk, een spokenjacht met een knipoog bij Cornelia Funke. Tom schrikt zich een ongeluk van wat er in de kelder rondwaart, en gaat daarna op spokenjacht, met dezelfde lichte toon als Magie om middernacht.
Aster heeft magie zonder dat ze erom vroeg; Lilli wil juist dolgraag toveren en sleept haar vriendin mee in een heksenritueel. Cornelia Funke houdt het knus en grappig, zoals Kelk in het roze huisje.
Asters stiefzussen maken het haar thuis lastig; Pit en Puf hebben in het Biezebos vooral last van hun eigen roekeloosheid. Marc de Bel schrijft over de Boeboeks met dezelfde vrolijke chaos als Kelk, voor kinderen die van gekke wezens houden.
Kelk maakt van Assepoester een komedie, Sanne Rooseboom maakt van een prinsessenverhaal er een met piraten onder water. Max wil weten wie zijn vader Felix was, en het land Jippie is net zo kleurrijk als het roze huisje van Aster.
Aster moet leren omgaan met haar wispelturige toverkracht; David Eliot zit op Grieselstate, een school voor magische kunsten, en is daar juist de beste. Anthony Horowitz is wat griezeliger dan Kelk, met evenveel humor.
Brian lost alles op met toverkunst die half werkt; Carl knutselt voor alles een machine in elkaar, ook om indruk te maken op een meisje. Martha Heesen schrijft zonder magie, maar met dezelfde droge grappen als Kelk.