David Martín krijgt een aanbod van een geheimzinnige uitgever; componist Adrian Leverkühn bij Thomas Mann wil maar één ding: het volmaakte muziekstuk. Twee kunstenaars die alles overhebben voor één werk, maar Mann schrijft zwaarder en filosofischer dan Zafón.
In Het schervengericht vertelt een duivelse aanstichter van menselijke tragedies, die terugkeert naar Los Angeles. Wie in Het spel van de engel gefascineerd raakte door de Franse uitgever met zijn aanbod, krijgt bij Van der Heijden zo'n figuur als verteller.
Engeland, kort na de Tweede Wereldoorlog: Sarah Waters schrijft net als Zafón een gothic verhaal waarin een oud huis en het verleden steeds meer gewicht krijgen. Even historisch en duister, alleen op het Engelse platteland in plaats van in Barcelona.
Het spel van de engel heeft een gotische onderlaag die je bij Mariana Enríquez in geconcentreerde vorm terugvindt. Haar Argentijnse verhalen zijn kort, griezelig en vaak schokkend, en laten net als Zafón het onheil binnenkomen via gewone straten en huizen.
David Martín leeft van goedkope vervolgverhalen in het Barcelona van de jaren twintig. Bernlef kiest een vergelijkbaar tijdperk aan de andere kant van de oceaan, de wereld van de stomme film, en maakt er een stil, literair raadsel van.
Gedeeld: historische setting, literair en spanning
Ook bij Ian McEwan komt een jonge man terecht in een opdracht die hij niet overziet: een Britse technicus wordt in 1955 uitgeleend aan de CIA in Berlijn. Minder bovennatuurlijk dan het aanbod aan David Martín, wel net zo historisch en geheimzinnig.
Gedeeld: historische setting, literair en spanning
Zafón laat het duister langzaam in het leven van David sijpelen; Iain Banks begint er meteen mee, bij de zestienjarige Frank op een afgelegen Schots eilandje. Een kort, eigenaardig boek voor wie de gotische kant van Het spel van de engel het sterkst vond.
Zafón vult Barcelona met schimmen en achterklap; Hugo Claus doet dat met een Vlaams dorp, waar een teruggekeerde deserteur het mikpunt wordt van wat de mensen over hem vertellen. Korter en rauwer, met dezelfde benauwde sfeer.
Net als David Martín is de jonge held van W.F. Hermans een buitenstaander die niet weet wie hij moet geloven, in een stad die door oorlog is getekend. Hermans schrijft kaler en cynischer dan Zafón, en zijn Amsterdam is grauw in plaats van gotisch.
Ambitie die te ver gaat is de motor van Het spel van de engel, en ook van deze roman van Thomas Rosenboom. Een tiener wil bij de rijke jongens uit de buurt horen en verliest zich daarin. Hollandser en ironischer, met dezelfde geduldige opbouw.
Wie bij Zafón houdt van historische decors met een donkere rand, kan bij Gustaaf Peek mee aan boord van de eerste Hollandse tochten naar het oosten rond 1600. Ruwer en zilter, met dezelfde vraag wat mensen overhebben voor roem en rijkdom.
In de Algerijnse havenstad Oran sterven eerst ratten en daarna mensen. Camus deelt met Zafón een stad die langzaam in de greep raakt van iets duisters, maar zonder het bovennatuurlijke en met meer bezinning.