Na de grove dokter Angelino keert Kortooms terug naar de tweeling Hein en Mathieu Beekman en hun rossige kameraad Hendrik van Ham. Dezelfde volkse humor en vaart, nu met de drie vrienden uit zijn bekendste trilogie.
Dokter Angelino is te bot voor zijn dorp; meneer Foppe is juist te verlegen voor de wereld en moet door de kou zijn veilige huis uit. Wim de Bie haalt net als Kortooms de humor uit één eigenaardig personage dat botst met zijn omgeving.
Angelino neemt nooit een blad voor de mond, en het Haagse personage van Wim de Bie ook niet. Waar Kortooms de humor in het dorp zoekt, zit die bij De Bie in de taal zelf: een winkelier die over alles een mening heeft, ook over boeken.
Een dokter die geen pillen voorschrijft maar humor: wie het spreekuur van Angelino leuk vond, slikt ook de elf korte verhalen van Herman Pieter de Boer graag. Lichte kost, net zo gemoedelijk verteld als Kortooms.
Het dorp in de Peel staat vol eigenzinnige types, en een volkstuinvereniging blijkt bij Hendrik Groen al net zo'n kleine wereld. Minder grof dan dokter Angelino, met dezelfde milde blik op mensen die elkaar dagelijks tegenkomen.
In de bar van De Rustende Hengelaar vertelt Mr. Mulliner sterke verhalen over zijn familie, vol misverstanden. Wie de komische taferelen van dokter Angelino leuk vond, krijgt hier de Engelse, deftigere versie van P.G. Wodehouse.
De dorpelingen moeten wennen aan hun dokter; bij Remco Campert moet een kat wennen aan haar mensen. Korte stukjes, droog genoteerd, net als de taferelen uit Help! de dokter verzuipt, maar dan vanuit de mand bij de kachel.
Kortooms maakt van een gewone huisartsenpraktijk een reeks komische taferelen. Jonas Jonasson doet iets vergelijkbaars met een reclameopdracht voor bedden, in een novelle die je in één avond uit hebt. Allebei droog, allebei met plezier in koppige mensen.
Gedeeld: met humor, klein dorp (small town) en toegankelijk
Dokter Angelino is de buitenstaander in het dorp; Daantje Pieterse is de provinciaal die in militaire dienst naar de grote stad moet. Johan Fabricius draait het om, maar de humor zit net als bij Kortooms in de botsing tussen een eenvoudige man en een vreemde omgeving.
Kroonprins Willem-Alexander glipt bij Rodaan Al Galidi het paleis uit, moe van protocol, en zwerft door Den Haag. Net als dokter Angelino heeft hij een hekel aan opgeblazen gedoe, en daar komt de grap uit voort.
Wie van de korte, komische taferelen uit de praktijk van dokter Angelino houdt, kan ook terecht bij Sylvia Witteman. Haar columns uit tien jaar Libelle gaan over het gewone gezinsleven, net zo scherp opgemerkt en snel gelezen.
Een hoofdpersoon die zich van niemand iets aantrekt: dat is dokter Angelino, en dat is ook de held van Herman Brusselmans. Waar Kortooms mild blijft, gaat Brusselmans vol voor het absurde, met een Vlaamse televisiewereld als speeltuin.